Dutch

Detailed Translations for van zijn stuk brengen from Dutch to German

van zijn stuk brengen:

van zijn stuk brengen verbe (breng van zijn stuk, brengt van zijn stuk, bracht van zijn stuk, brachten van zijn stuk, van zijn stuk gebracht)

  1. van zijn stuk brengen (verwarren; ontredderen; in de war brengen)
    verwirren; durcheinanderbringen

Conjugations for van zijn stuk brengen:

o.t.t.
  1. breng van zijn stuk
  2. brengt van zijn stuk
  3. brengt van zijn stuk
  4. brengen van zijn stuk
  5. brengen van zijn stuk
  6. brengen van zijn stuk
o.v.t.
  1. bracht van zijn stuk
  2. bracht van zijn stuk
  3. bracht van zijn stuk
  4. brachten van zijn stuk
  5. brachten van zijn stuk
  6. brachten van zijn stuk
v.t.t.
  1. heb van zijn stuk gebracht
  2. hebt van zijn stuk gebracht
  3. heeft van zijn stuk gebracht
  4. hebben van zijn stuk gebracht
  5. hebben van zijn stuk gebracht
  6. hebben van zijn stuk gebracht
v.v.t.
  1. had van zijn stuk gebracht
  2. had van zijn stuk gebracht
  3. had van zijn stuk gebracht
  4. hadden van zijn stuk gebracht
  5. hadden van zijn stuk gebracht
  6. hadden van zijn stuk gebracht
o.t.t.t.
  1. zal van zijn stuk brengen
  2. zult van zijn stuk brengen
  3. zal van zijn stuk brengen
  4. zullen van zijn stuk brengen
  5. zullen van zijn stuk brengen
  6. zullen van zijn stuk brengen
o.v.t.t.
  1. zou van zijn stuk brengen
  2. zou van zijn stuk brengen
  3. zou van zijn stuk brengen
  4. zouden van zijn stuk brengen
  5. zouden van zijn stuk brengen
  6. zouden van zijn stuk brengen
en verder
  1. ben van zijn stuk gebracht
  2. bent van zijn stuk gebracht
  3. is van zijn stuk gebracht
  4. zijn van zijn stuk gebracht
  5. zijn van zijn stuk gebracht
  6. zijn van zijn stuk gebracht
diversen
  1. breng van zijn stuk!
  2. brengt van zijn stuk!
  3. van zijn stuk gebracht
  4. van zijn stuk brengend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for van zijn stuk brengen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
durcheinanderbringen in de war brengen; ontredderen; van zijn stuk brengen; verwarren door elkaar schudden; husselen; hutselen; overhoop halen
verwirren in de war brengen; ontredderen; van zijn stuk brengen; verwarren ontzetten; uit de macht ontzetten; verlegen maken

Wiktionary Translations for van zijn stuk brengen:


External Machine Translations:

Related Translations for van zijn stuk brengen