Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. vloeibaar worden:


Dutch

Detailed Translations for vloeibaar worden from Dutch to German

vloeibaar worden:

vloeibaar worden verbe (word vloeibaar, wordt vloeibaar, werd vloeibaar, werden vloeibaar, vloeibaar geworden)

  1. vloeibaar worden
    schmelzen; flüssigwerden

Conjugations for vloeibaar worden:

o.t.t.
  1. word vloeibaar
  2. wordt vloeibaar
  3. wordt vloeibaar
  4. worden vloeibaar
  5. worden vloeibaar
  6. worden vloeibaar
o.v.t.
  1. werd vloeibaar
  2. werd vloeibaar
  3. werd vloeibaar
  4. werden vloeibaar
  5. werden vloeibaar
  6. werden vloeibaar
v.t.t.
  1. ben vloeibaar geworden
  2. bent vloeibaar geworden
  3. is vloeibaar geworden
  4. zijn vloeibaar geworden
  5. zijn vloeibaar geworden
  6. zijn vloeibaar geworden
v.v.t.
  1. was vloeibaar geworden
  2. was vloeibaar geworden
  3. was vloeibaar geworden
  4. waren vloeibaar geworden
  5. waren vloeibaar geworden
  6. waren vloeibaar geworden
o.t.t.t.
  1. zal vloeibaar worden
  2. zult vloeibaar worden
  3. zal vloeibaar worden
  4. zullen vloeibaar worden
  5. zullen vloeibaar worden
  6. zullen vloeibaar worden
o.v.t.t.
  1. zou vloeibaar worden
  2. zou vloeibaar worden
  3. zou vloeibaar worden
  4. zouden vloeibaar worden
  5. zouden vloeibaar worden
  6. zouden vloeibaar worden
diversen
  1. word vloeibaar!
  2. wordt vloeibaar!
  3. vloeibaar geworden
  4. vloeibaar wordend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for vloeibaar worden:

VerbRelated TranslationsOther Translations
flüssigwerden vloeibaar worden
schmelzen vloeibaar worden minder stijf worden; wegsmelten

Related Translations for vloeibaar worden