Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. belichamen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for belichamen from Dutch to English

belichamen:

belichamen verbe (belichaam, belichaamt, belichaamde, belichaamden, belichaamd)

  1. belichamen (verpersoonlijken)
    epitomize; to embody; to personify; epitomise

Conjugations for belichamen:

o.t.t.
  1. belichaam
  2. belichaamt
  3. belichaamt
  4. belichamen
  5. belichamen
  6. belichamen
o.v.t.
  1. belichaamde
  2. belichaamde
  3. belichaamde
  4. belichaamden
  5. belichaamden
  6. belichaamden
v.t.t.
  1. heb belichaamd
  2. hebt belichaamd
  3. heeft belichaamd
  4. hebben belichaamd
  5. hebben belichaamd
  6. hebben belichaamd
v.v.t.
  1. had belichaamd
  2. had belichaamd
  3. had belichaamd
  4. hadden belichaamd
  5. hadden belichaamd
  6. hadden belichaamd
o.t.t.t.
  1. zal belichamen
  2. zult belichamen
  3. zal belichamen
  4. zullen belichamen
  5. zullen belichamen
  6. zullen belichamen
o.v.t.t.
  1. zou belichamen
  2. zou belichamen
  3. zou belichamen
  4. zouden belichamen
  5. zouden belichamen
  6. zouden belichamen
diversen
  1. belichaam!
  2. belichaamt!
  3. belichaamd
  4. belichamend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for belichamen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
embody belichamen; verpersoonlijken in een ander lichaam terugkeren; incarneren
epitomise belichamen; verpersoonlijken
epitomize belichamen; verpersoonlijken
personify belichamen; verpersoonlijken personificeren; personifiëren; uitbeelden; verbeelden; verpersonificeren; verpersoonlijken; vertolken

Wiktionary Translations for belichamen:

belichamen
verb
  1. be an epitome