Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. compileren:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for compileren from Dutch to English

compileren:

compileren verbe (compileer, compileert, compileerde, compileerden, gecompileerd)

  1. compileren
    to compile
    • compile verbe (compiles, compiled, compiling)
  2. compileren
    to compile; to build
    – To translate all the source code of a program from a high-level language into object code prior to execution of the program. 1
    • compile verbe (compiles, compiled, compiling)
    • build verbe (builds, built, building)

Conjugations for compileren:

o.t.t.
  1. compileer
  2. compileert
  3. compileert
  4. compileren
  5. compileren
  6. compileren
o.v.t.
  1. compileerde
  2. compileerde
  3. compileerde
  4. compileerden
  5. compileerden
  6. compileerden
v.t.t.
  1. heb gecompileerd
  2. hebt gecompileerd
  3. heeft gecompileerd
  4. hebben gecompileerd
  5. hebben gecompileerd
  6. hebben gecompileerd
v.v.t.
  1. had gecompileerd
  2. had gecompileerd
  3. had gecompileerd
  4. hadden gecompileerd
  5. hadden gecompileerd
  6. hadden gecompileerd
o.t.t.t.
  1. zal compileren
  2. zult compileren
  3. zal compileren
  4. zullen compileren
  5. zullen compileren
  6. zullen compileren
o.v.t.t.
  1. zou compileren
  2. zou compileren
  3. zou compileren
  4. zouden compileren
  5. zouden compileren
  6. zouden compileren
en verder
  1. is gecompileerd
  2. zijn gecompileerd
diversen
  1. compileer!
  2. compileert!
  3. gecompileerd
  4. compilerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for compileren:

NounRelated TranslationsOther Translations
build build; constitutie; figuur; gedaante; gestalte; lichaamsbouw; lichaamspostuur; postuur; uiterlijk; vorm
VerbRelated TranslationsOther Translations
build compileren aanbouwen; bijbouwen; bouwen; construeren; in elkaar timmeren; ineentimmeren; opbouwen; oprichten; optrekken; overeindzetten; timmerend in elkaar zetten; uitbouwen
compile compileren bij elkaar voegen; samenstellen

Wiktionary Translations for compileren:

compileren
verb
  1. (overgankelijk) een opeenstapeling maken, een zo volledig mogelijke verzameling aanleggen, gewoonlijk van geschriften of informatie
compileren
verb
  1. produce executable
  2. assemble from a collection