Dutch

Detailed Translations for direct from Dutch to English

direct:


Translation Matrix for direct:

NounRelated TranslationsOther Translations
prompt ezelsbrug; geheugensteun; geheugensteuntje; prompt
rapid stroomversnelling
straight pokerterm voor straat; straat
swift gierzwaluw; steenzwaluw; torenzwaluw
VerbRelated TranslationsOther Translations
blunt afstompen; vervlakken
clear afdekken; afruimen; banen; bevrijden; dechargeren; emanciperen; inklaren; klaren; ledigen; leeghalen; leegmaken; legen; onschuldig verklaren; opruimen; reinigen; ruimen; schoonmaken; schoonpoetsen; uithalen; uitmesten; uitruimen; uitschakelen; uitverkopen; verlossen; verrekenen; vrijmaken; vrijpleiten; vrijspraak bepleiten; vrijspreken; vrijvechten; wissen; zuiveren
prompt aandrijven; aansporen; inboezemen; influisteren; ingeven; inspireren; naar voren brengen; opkrikken; opperen; opwekken; prikkelen; souffleren; stimuleren; suggereren; toefluisteren; voorzeggen
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
blunt direct; ongezouten abrupt; bot; bruusk; cru; eensklaps; ineens; kortaf; kortzichtig; nors; onbewimpeld; ongenuanceerd; onomwonden; onscherp; onverbloemd; onverhoeds; onverholen; onverwacht; onverwachts; onvoorzien; onzacht; opeens; openhartig; openlijk; plots; plotseling; plotsklaps; rechttoe rechtaan; ronduit; ruiterlijk; stomp; zonder omhaal
perpendicular direct; linea recta; rechtstreeks; regelrecht kaarsrecht; lijnrecht; loodrecht; recht; rechtstandig; verticaal
plain vlakte
prompt direct; gauw; gezwind bijtijds; op tijd; stipt; tijdig
quick direct; gauw; gezwind
rapid direct; gauw; gezwind abrupt; alert; eensklaps; ineens; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; opeens; oplettend; plots; plotseling; plotsklaps; rap; snel; uitgeslapen; vlot; vlug; wakker
speedy direct; gauw; gezwind abrupt; eensklaps; ineens; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; opeens; plots; plotseling; plotsklaps; rap; snel; vlot; vlug
straightaway dadelijk; direct; zo meteen
swift direct; gauw; gezwind abrupt; eensklaps; ineens; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; opeens; plots; plotseling; plotsklaps; rap; snel; vlot; vlug
- dadelijk; gelijk; onmiddellijk; vlak
AdverbRelated TranslationsOther Translations
at once dadelijk; direct; gelijk; meteen; onmiddellijk; terstond abrupt; eensklaps; ineens; ogenblikkelijk; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; onverwijld; onvoorzien; op staande voet; opeens; plots; plotseling; plotsklaps; prompt; subiet
before long aanstonds; direct; terstond binnenkort; straks; weldra
directly dadelijk; direct; duidelijk; gelijk; linea recta; meteen; onmiddellijk; recht door zee; rechtstreeks; regelrecht; terstond
first thing aanstonds; direct; terstond
forthwith aanstonds; direct; terstond bijna; haast; nagenoeg; schier; welhaast
immediately aanstonds; dadelijk; direct; gelijk; meteen; onmiddellijk; terstond ogenblikkelijk; onverwijld; prompt; subiet
instantly aanstonds; dadelijk; direct; gelijk; meteen; onmiddellijk; terstond ogenblikkelijk
now dadelijk; direct; gelijk; meteen; onmiddellijk; terstond heden; momenteel; nou; nu; op dit moment; op het moment; tegenwoordig; thans
presently aanstonds; direct; terstond momenteel; nou; nu; op dit moment; tegenwoordig; van het ogenblik; voor het moment
right away dadelijk; direct; zo meteen ogenblikkelijk; onverwijld; prompt; subiet; zondermeer
shortly aanstonds; direct; terstond binnenkort; straks; weldra
soon aanstonds; direct; gauw; gezwind; terstond binnenkort; dra; eerstdaags; gauw; later; spoedig; straks; weldra; zometeen
without delay direct; gauw; gezwind
- meteen
ModifierRelated TranslationsOther Translations
clear direct; duidelijk; recht door zee; regelrecht aanschouwelijk; af; afgedaan; afgelopen; begrijpelijk; bevattelijk; blank; bleek; blij; blijgeestig; blijmoedig; dartel; doorschijnend; doorzichtig; duidelijk; duidelijk klinkend; fideel; flagrant; fleurig; geestig; gereed; geëindigd; helder; helderklinkend; herkenbaar; inzichtelijk; jolig; klaar; klaar als een klontje; klare; kleurig; kleurloos; kwiek; levendig; loos; lustig; monter; onbewolkt; ongekleurd; onmiskenbaar; opgeruimd; opgetogen; opgewekt; over; overduidelijk; transparant; uit; uitgelaten; verhelderend; verstaanbaar; voltooid; voorbij; vrij; vrolijk; wakker; welgemoed; zo klaar als een klontje; zonder taak; zonneklaar; zonnig
in a minute direct; zo; zo meteen
in a moment dadelijk; direct; zo meteen in een tel; in een wip
plain direct; ongezouten alledaags; blank; cru; eenvoudig; effen; gewoon; gewoonweg; klinkklaar; lelijk; lelijk uitziend; niets bijzonders; onbewimpeld; ongelakt; onknap; onomwonden; onverbloemd; onverholen; open; openhartig; openlijk; oprecht; ordinair; puur; rechttoe rechtaan; regelrecht; ronduit; ruiterlijk; van één kleur; vrij; vrijelijk; vrijuit; wit; wit van huidskleur
quick abrupt; alert; bruusk; eensklaps; gehaaid; gevat; gewiekst; ineens; lichtvoetig; onverhoeds; onverwacht; onverwachts; opeens; oplettend; plots; plotseling; plotsklaps; rap; schielijk; snedig; snel; snelvoetig; uitgeslapen; vlot; vlug; wakker
right now dadelijk; direct; gelijk; meteen; onmiddellijk; terstond momenteel; nu; op het moment; op staande voet; thans
straight direct; linea recta; ongezouten; rechtstreeks; regelrecht cru; directe; echt; eerlijk; gewoonweg; gulweg; kaarsrecht; klinkklaar; lijnrecht; loodrecht; menens; onbewimpeld; onomwonden; onverbloemd; onverholen; onvermengd; open; openhartig; openlijk; oprecht; puur; recht; rechtdoorzee; rechttoe; rechttoe rechtaan; ronduit; ruiterlijk; volmondig; vrij; vrijelijk; vrijuit; zuiver

Related Words for "direct":


Synonyms for "direct":


Antonyms for "direct":


Related Definitions for "direct":

  1. zonder te wachten2
    • wil je direct komen?2
  2. waar niets tussen zit2
    • zij woont in de directe omgeving van de binnenstad2
  3. zonder omweg2
    • hij gaat direct van huis naar school2

Wiktionary Translations for direct:

direct
adjective
  1. zonder te wachten, zonder iets daartussen
adverb
  1. zonder te wachten, zonder omweg
direct
adverb
  1. in an immediate manner
  2. soon; next; when it becomes convenient
  3. plainly, without circumlocution or ambiguity
  4. in a straightforward way
  5. in a direct manner
  6. immediately
  7. easily
  8. directly
adjective
  1. without delay

Cross Translation:
FromToVia
direct immediate; instant sofortig — nicht verzögert; ohne Verzögerung stattfindend
direct directly; straight; straight ahead; square; up debout — marine|fr aéro|fr Qualifie un vent quand il est en sens contraire au mouvement de l’aéronef, du navire, etc.
direct direct; straight; straightforward direct — Qui est droit, qui ne taire aucun détour.
direct direct; straight; erect; straightforward; square; right-angle; right; faithful; loyal; upright; staunch; true; trusty; right-hand droit — Qui est du côté opposé à celui de son cœur (en supposant que son cœur est du même côté que pour la majorité des être humain), ou encore du côté de celui de la main qui sert à écrire chez la majorité (dans le cas où on parle de soi, car on utilise cet adjectif en adoptant le point de vue de la
direct immediate; direct; instant; instantaneous; outright; prompt; independent immédiat — Qui agir, qui produire sans intermédiaire.

Related Translations for direct



English

Detailed Translations for direct from English to Dutch

direct:

to direct verbe (directs, directed, directing)

  1. to direct (point the direction; lead; guide)
    leiden; begeleiden; voeren; meevoeren
    • leiden verbe (leid, leidt, leidde, leidden, geleid)
    • begeleiden verbe (begeleid, begeleidt, begeleidde, begeleidden, begeleid)
    • voeren verbe (voer, voert, voerde, voerden, gevoerd)
    • meevoeren verbe (voer mee, voert mee, voerde mee, voerden mee, meegevoerd)
  2. to direct (refer to; address)
    verwijzen
    • verwijzen verbe (verwijs, verwijst, verwees, verwezen, verwezen)
  3. to direct (command; lead; preside)
    leiden; besturen; aanvoeren; voorzitten; leiding geven; managen
    • leiden verbe (leid, leidt, leidde, leidden, geleid)
    • besturen verbe (bestuur, bestuurt, bestuurde, bestuurden, bestuurd)
    • aanvoeren verbe (voer aan, voert aan, voerde aan, voerden aan, aangevoerd)
    • voorzitten verbe (zit voor, zat voor, zaten voor, voorgezeten)
    • managen verbe (manage, managed, managde, managden, gemanaged)
  4. to direct
    regisseren
    • regisseren verbe (regisseer, regisseert, regisseerde, regisseerden, geregisseerd)
  5. to direct (dictate; instruct; order; bid)
    gebieden; voorschrijven; gelasten
    • gebieden verbe (gebied, gebiedt, gebood, geboden, geboden)
    • voorschrijven verbe (schrijf voor, schrijft voor, schreef voor, schreven voor, voorgeschreven)
    • gelasten verbe (gelast, gelastte, gelastten, gelast)
  6. to direct (conduct)
    dirigeren; orkest dirigeren
  7. to direct (refer to)

Conjugations for direct:

present
  1. direct
  2. direct
  3. directs
  4. direct
  5. direct
  6. direct
simple past
  1. directed
  2. directed
  3. directed
  4. directed
  5. directed
  6. directed
present perfect
  1. have directed
  2. have directed
  3. has directed
  4. have directed
  5. have directed
  6. have directed
past continuous
  1. was directing
  2. were directing
  3. was directing
  4. were directing
  5. were directing
  6. were directing
future
  1. shall direct
  2. will direct
  3. will direct
  4. shall direct
  5. will direct
  6. will direct
continuous present
  1. am directing
  2. are directing
  3. is directing
  4. are directing
  5. are directing
  6. are directing
subjunctive
  1. be directed
  2. be directed
  3. be directed
  4. be directed
  5. be directed
  6. be directed
diverse
  1. direct!
  2. let's direct!
  3. directed
  4. directing
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

Translation Matrix for direct:

NounRelated TranslationsOther Translations
aanvoeren command; front position; lead; leading; taking the lead
besturen directing; governing; leading; ruling
dirigeren conducting
voeren feeding; foddering; foraging; nourishing
voorschrijven declaring; decreeing; determine; dictating; ordering; prescribe; requiring
VerbRelated TranslationsOther Translations
aanvoeren command; direct; lead; preside be in command of; bring forward; bring up; broach; broach a subject; command; cut; cut into; initiate; intimate; introduce; order; preside; propose; put forward; put on the table; raise; reap; sting; suggest; take the lead; throw up; toss in the air; toss up
begeleiden direct; guide; lead; point the direction accompany; chaperon; come along with; conduct; escort; lead about; show around; walk along
besturen command; direct; lead; preside administer; manage; run
dirigeren conduct; direct
gebieden bid; dictate; direct; instruct; order charge; command; commission; decree; dedicate; devote; dictate; exert power; force; ordain; order; rule
gelasten bid; dictate; direct; instruct; order charge; command; commission; decree; dedicate; devote; dictate; exert power; force; ordain; order; rule
leiden command; direct; guide; lead; point the direction; preside be in command of; command; order; preside; take the lead
leiding geven command; direct; lead; preside
managen command; direct; lead; preside cope with; manage
meevoeren direct; guide; lead; point the direction
orkest dirigeren conduct; direct
regisseren direct
verwijzen address; direct; refer to
verwijzen naar direct; refer to
voeren direct; guide; lead; point the direction feed
voorschrijven bid; dictate; direct; instruct; order charge; ordain; order
voorzitten command; direct; lead; preside
- address; aim; calculate; conduct; engineer; guide; lead; mastermind; orchestrate; organise; organize; place; point; send; take; take aim; target; train
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
frontaal class; direct; frontal
klassikaal class; direct; frontal
openlijk direct; frontal; honest; straight blunt; crude; explicit; frank; openly; outspoken; overt; plain; square; straight; straightforward
- lineal; unmediated; verbatim
AdverbRelated TranslationsOther Translations
ronduit direct; frontal; honest; straight blatant; blunt; bluntly; certain; certainly; clean; downright; fair; forthright; frank; frankly; genially; genuine; honest; of course; open; openly; outright; outspoken; plain; plain-spoken; positive; positively; readily; serious; sheer; sincere; straight; straightforward; sure; sure and certain; undoubted
- directly; straight
OtherRelated TranslationsOther Translations
- guide
ModifierRelated TranslationsOther Translations
directe direct; straight

Related Words for "direct":


Synonyms for "direct":


Antonyms for "direct":


Related Definitions for "direct":

  1. lacking compromising or mitigating elements; exact1
    • the direct opposite1
  2. direct in spatial dimensions; proceeding without deviation or interruption; straight and short1
    • a direct route1
    • a direct flight1
    • a direct hit1
  3. (of a current) flowing in one direction only1
    • direct current1
  4. straightforward in means or manner or behavior or language or action1
    • a direct question1
    • a direct response1
    • a direct approach1
  5. similar in nature or effect or relation to another quantity1
    • a term is in direct proportion to another term if it increases (or decreases) as the other increases (or decreases)1
  6. moving from west to east on the celestial sphere; or--for planets--around the sun in the same direction as the Earth1
  7. having no intervening persons, agents, conditions1
    • in direct sunlight1
    • in direct contact with the voters1
    • direct exposure to the disease1
    • a direct link1
    • the direct cause of the accident1
    • direct vote1
  8. in precisely the same words used by a writer or speaker1
    • a direct quotation1
  9. in a straight unbroken line of descent from parent to child1
    • a direct descendant of the king1
    • direct heredity1
  10. being an immediate result or consequence1
    • a direct result of the accident1
  11. without deviation1
    • went direct to the office1
  12. plan and direct (a complex undertaking)1
  13. specifically design a product, event, or activity for a certain public1
  14. command with authority1
    • He directed the children to do their homework1
  15. give directions to; point somebody into a certain direction1
    • I directed them towards the town hall1
  16. put an address on (an envelope)1
  17. intend (something) to move towards a certain goal1
    • criticism directed at her superior1
    • direct your anger towards others, not towards yourself1
  18. point or cause to go (blows, weapons, or objects such as photographic equipment) towards1
  19. guide the actors in (plays and films)1
  20. lead, as in the performance of a composition1
  21. cause to go somewhere1
    • He directed all his energies into his dissertation1
  22. take somebody somewhere1
  23. be in charge of1

Wiktionary Translations for direct:

direct
adjective
  1. zonder te wachten, zonder iets daartussen

Cross Translation:
FromToVia
direct richten richten — einen Gegenstand auf jemanden lenken, zielen, deuten
direct direct; live; recht; rechtstreeks direct — Qui est droit, qui ne taire aucun détour.
direct direct; live; recht; rechtstreeks; haaks; rechthoekig; loodrecht; loyaal; trouw; getrouw; trouwhartig; rechter-; rechts; vandehands droit — Qui est du côté opposé à celui de son cœur (en supposant que son cœur est du même côté que pour la majorité des être humain), ou encore du côté de celui de la main qui sert à écrire chez la majorité (dans le cas où on parle de soi, car on utilise cet adjectif en adoptant le point de vue de la
direct de weg wijzen; leiden; geleiden; rondleiden guideraccompagner quelqu’un pour lui montrer le chemin.
direct ogenblikkelijk; prompt; direct; live; onmiddellijk; rechtstreeks immédiat — Qui agir, qui produire sans intermédiaire.
direct stemmen; regelen; reglementeren; reguleren; vereffenen; inrichten; ruimen; opruimen; schikken; terechtbrengen; de weg wijzen; leiden; geleiden; rondleiden réglertirer avec la règle des lignes droites sur du papier, du parchemin, du carton, etc. cf|papier réglé.

Related Translations for direct