Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. nat maken:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for nat maken from Dutch to English

nat maken:

nat maken verbe

  1. nat maken (bevochtigen)
    to moisten; dampen; to wet
    • moisten verbe (moistens, moistened, moistening)
    • dampen verbe
    • wet verbe (wets, wetted, wetting)

Translation Matrix for nat maken:

NounRelated TranslationsOther Translations
wet chagrijn; schlemiel; slemiel; slungel; spelbreker; sukkel; watje
VerbRelated TranslationsOther Translations
dampen bevochtigen; nat maken
moisten bevochtigen; nat maken afbetten; betten; bevochtigen; deppen
wet bevochtigen; nat maken afbetten; begieten; besproeien; bespuiten; betten; bevochtigen; deppen; sproeien; water geven
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
wet humide; met neerslag; nat; regenachtig; vochtig

Wiktionary Translations for nat maken:


Cross Translation:
FromToVia
nat maken irrigate; water; wet mouiller — Traductions à trier suivant le sens.

Related Translations for nat maken