Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. opvatten:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for opvatten from Dutch to English

opvatten:

opvatten verbe (vat op, vatte op, vatten op, opgevat)

  1. opvatten (begrijpen)
    to interpret; to understand; to take up
    • interpret verbe (interprets, interpreted, interpreting)
    • understand verbe (understands, understood, understanding)
    • take up verbe (takes up, took up, taking up)

Conjugations for opvatten:

o.t.t.
  1. vat op
  2. vat op
  3. vat op
  4. vatten op
  5. vatten op
  6. vatten op
o.v.t.
  1. vatte op
  2. vatte op
  3. vatte op
  4. vatten op
  5. vatten op
  6. vatten op
v.t.t.
  1. heb opgevat
  2. hebt opgevat
  3. heeft opgevat
  4. hebben opgevat
  5. hebben opgevat
  6. hebben opgevat
v.v.t.
  1. had opgevat
  2. had opgevat
  3. had opgevat
  4. hadden opgevat
  5. hadden opgevat
  6. hadden opgevat
o.t.t.t.
  1. zal opvatten
  2. zult opvatten
  3. zal opvatten
  4. zullen opvatten
  5. zullen opvatten
  6. zullen opvatten
o.v.t.t.
  1. zou opvatten
  2. zou opvatten
  3. zou opvatten
  4. zouden opvatten
  5. zouden opvatten
  6. zouden opvatten
en verder
  1. is opgevat
  2. zijn opgevat
diversen
  1. vat op!
  2. vat op!
  3. opgevat
  4. opvattend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for opvatten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
interpret begrijpen; opvatten interpreteren; overbrengen; tolken; translateren; uitbeelden; verbeelden; verpersonificeren; vertalen; vertolken
take up begrijpen; opvatten absorberen; incorporeren; inlijven; naar boven brengen; naar boven leiden; naar boven voeren; opnemen; opnemen in groter geheel; opslorpen; opslurpen
understand begrijpen; opvatten begrijpen; doorzien hebben; inzien; leerstof beheersen; met het verstand vatten; onder de knie hebben; snappen; verstaan

Wiktionary Translations for opvatten:

opvatten
verb
  1. een bepaalde interpretatie aan iets geven
  2. opnemen van met name werk