Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. beijveren:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for beijveren from Dutch to Spanish

beijveren:

beijveren verbe (beijver, beijvert, beijverde, beijverden, beijverd)

  1. beijveren

Conjugations for beijveren:

o.t.t.
  1. beijver
  2. beijvert
  3. beijvert
  4. beijveren
  5. beijveren
  6. beijveren
o.v.t.
  1. beijverde
  2. beijverde
  3. beijverde
  4. beijverden
  5. beijverden
  6. beijverden
v.t.t.
  1. heb beijverd
  2. hebt beijverd
  3. heeft beijverd
  4. hebben beijverd
  5. hebben beijverd
  6. hebben beijverd
v.v.t.
  1. had beijverd
  2. had beijverd
  3. had beijverd
  4. hadden beijverd
  5. hadden beijverd
  6. hadden beijverd
o.t.t.t.
  1. zal beijveren
  2. zult beijveren
  3. zal beijveren
  4. zullen beijveren
  5. zullen beijveren
  6. zullen beijveren
o.v.t.t.
  1. zou beijveren
  2. zou beijveren
  3. zou beijveren
  4. zouden beijveren
  5. zouden beijveren
  6. zouden beijveren
diversen
  1. beijver!
  2. beijvert!
  3. beijverd
  4. beijverend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for beijveren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
esforzarse por beijveren ambiëren; doelen; ijveren; mikken op; streven; streven naar
esmerarse en beijveren

Wiktionary Translations for beijveren:


Cross Translation:
FromToVia
beijveren esforzar; procurar endeavor — attempt through application of effort