Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. blijven bij:
  2. bijblijven:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for blijven bij from Dutch to Spanish

blijven bij:

blijven bij verbe

  1. blijven bij (hechten aan)

Translation Matrix for blijven bij:

VerbRelated TranslationsOther Translations
insistir en blijven bij; hechten aan

Wiktionary Translations for blijven bij:


Cross Translation:
FromToVia
blijven bij empeñar; insistir insist — to hold up a claim emphatically

bijblijven:

bijblijven verbe (blijf bij, blijft bij, bleef bij, bleven bij, bijgebleven)

  1. bijblijven (bijbenen; bijhouden)
  2. bijblijven (bij bewustzijn blijven)

Conjugations for bijblijven:

o.t.t.
  1. blijf bij
  2. blijft bij
  3. blijft bij
  4. blijven bij
  5. blijven bij
  6. blijven bij
o.v.t.
  1. bleef bij
  2. bleef bij
  3. bleef bij
  4. bleven bij
  5. bleven bij
  6. bleven bij
v.t.t.
  1. heb bijgebleven
  2. hebt bijgebleven
  3. heeft bijgebleven
  4. hebben bijgebleven
  5. hebben bijgebleven
  6. hebben bijgebleven
v.v.t.
  1. had bijgebleven
  2. had bijgebleven
  3. had bijgebleven
  4. hadden bijgebleven
  5. hadden bijgebleven
  6. hadden bijgebleven
o.t.t.t.
  1. zal bijblijven
  2. zult bijblijven
  3. zal bijblijven
  4. zullen bijblijven
  5. zullen bijblijven
  6. zullen bijblijven
o.v.t.t.
  1. zou bijblijven
  2. zou bijblijven
  3. zou bijblijven
  4. zouden bijblijven
  5. zouden bijblijven
  6. zouden bijblijven
diversen
  1. blijf bij!
  2. blijft bij!
  3. bijgebleven
  4. bijblijvend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for bijblijven:

NounRelated TranslationsOther Translations
seguir el ritmo bijbenen; bijhouden
VerbRelated TranslationsOther Translations
mantenerse al día bij bewustzijn blijven; bijblijven
mantenerse al ritmo de bijbenen; bijblijven; bijhouden
seguir el ritmo bijbenen; bijblijven; bijhouden

External Machine Translations:

Related Translations for blijven bij