Dutch

Detailed Translations for breedheid from Dutch to Spanish

breedheid:

breedheid [de ~ (v)] nom

  1. de breedheid (breedte)
    el ancho; la anchura; la latitud
  2. de breedheid (breedgeschouderdheid)
    el ancho; la manga; la anchura

Translation Matrix for breedheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
ancho breedgeschouderdheid; breedheid; breedte
anchura breedgeschouderdheid; breedheid; breedte wijdte
latitud breedheid; breedte
manga breedgeschouderdheid; breedheid mof; mouw; schepnet
ModifierRelated TranslationsOther Translations
ancho afgesloten; breed; dicht; flodderig; fors; gesloten; grauw; in details; slobberig; slodderig; toe; uit de kluiten gewassen; uitgewerkt; vaal; vetlijvig

Related Words for "breedheid":


breed:


Translation Matrix for breed:

NounRelated TranslationsOther Translations
alto halt
ancho breedgeschouderdheid; breedheid; breedte
fuerte citadel; deurslot; kasteel; ridderkasteel; ridderslot; slot; sterke kant; sterke zijde
mayor majoor; nestor; oudste; oudste van een groep personen; senior
- bef
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
- wijd
OtherRelated TranslationsOther Translations
alto ho
ModifierRelated TranslationsOther Translations
a lo ancho breed; fors; uit de kluiten gewassen groot; in details; uitgewerkt
alto breed; fors; uit de kluiten gewassen enorm; groot; hard; hardop; heel erg; hoog; hoog gegroeid; hoog gerezen; hooggelegen; in zeer hoge mate; lang; luid; luid klinkend; luidkeels; reuze; uit volle borst
amplio breed; breedgeschouderd; fors; uit de kluiten gewassen ampel; brede; breedvoerig; clement; extensief; genereus; goedgeefs; goedhartig; groot; groots; grootschalig; grootscheeps; gul; in details; mak; mild; omstandig; riant; royaal; ruim; ruim opgezette; ruimhartig; scheutig; uitgebreid; uitgewerkt; uitvoerig; veelomvattend; vrijgevig; weids; welwillend; wijd; zacht; zachtaardig
ancho breed; fors; uit de kluiten gewassen afgesloten; dicht; flodderig; gesloten; grauw; in details; slobberig; slodderig; toe; uitgewerkt; vaal; vetlijvig
ancho de hombros breed; breedgeschouderd
con fuerza breed; fors; uit de kluiten gewassen dapper; ferm; fiks; flink; heldhaftig; heroïsch; kloek; manhaftig; moedig; moreel sterk; onverschrokken; stevig; stout; stoutmoedig
de buena salud breed; fors; uit de kluiten gewassen beslist; besluitvaardig; gedecideerd; kordaat; resoluut; vastberaden
extenso breed; breedgeschouderd ampel; breedvoerig; corpulent; dik; extensief; gezet; groots; grootschalig; grootscheeps; in details; lang en smal; langgerekt; langjarig; lijvig; omstandig; uitgebreid; uitgestrekt; uitgewerkt; uitvoerig; veeljarig; veelomvattend; verregaand; zwaarlijvig
firme breed; fors; uit de kluiten gewassen beslist; besluitvaardig; degelijke; doortastend; ferm; fiks; flink; gedecideerd; geheid; hecht; kordaat; krachtdadig; krachtig; onbuigzaam; ongetwijfeld; onverzettelijk; onwankelbaar; onwrikbaar; pal; resoluut; robuust; solide; stabiel; standvastig; sterk; stevig; stevig gebouwd; stijfkoppig; stug; taai; vast en zeker; vastberaden; vastbesloten; vasthoudend; volhardend; zeker
fuerte breed; fors; uit de kluiten gewassen bitter teleurgesteld; blijvend; dapper; degelijke; doordringend; duurzaam; duurzame; felle; ferm; fiks; flink; fors; fysiek sterk; grimmig; hard; hardop; heldhaftig; heroïsch; hoog; indringend; intens; intensief; keihard; kloek; krachtig; luid; massief; met een krachtige uitwerking; met hoge snelheid; moedig; moreel sterk; onderdrukt; onverschrokken; opgekropt; pittig; potig; robuust; schel; schel klinkend; scherp; schril; snerpend; solide; sterk; stevig; stevig gebouwd; stout; stoutmoedig; straf; struis; verbeten; verbitterd; verkropt; zwaar; zwaargebouwd
fuertemente breed; fors; uit de kluiten gewassen ferm; fiks; flink; stevig
gran breed; fors; uit de kluiten gewassen aanmerkelijk; aanzienlijk; beduidend; behoorlijk; enorm; flink; fors; groot; groots; grootschalig; heel erg; in zeer hoge mate; reuze
grande breed; fors; uit de kluiten gewassen aanmerkelijk; aanzienlijk; beduidend; behoorlijk; edelmoedig; enorm; fantastisch; fier; flink; fors; genereus; geweldig; gigantisch; glorieus; grandioos; groot; groots; grootschalig; gul; heel erg; immens; imponerend; imposant; in zeer hoge mate; indrukwekkend; kolossaal; magnifiek; massief; mild; ontzagwekkend; potig; prat; reusachtig; reuze; robuust; royaal; ruimhartig; schitterend; struis; trots; uitnemend; uitstekend; voortreffelijk; vrijgevig; weids; zeer groot; zwaar; zwaargebouwd
holgado breed; breedgeschouderd flodderig; grauw; in details; slobberig; slodderig; uitgewerkt; vaal
mayor breed; fors; uit de kluiten gewassen aanmerkelijk; aanzienlijk; beduidend; behoorlijk; enorm; flink; fors; groot; grootste; groter; grotere; heel erg; hoger; hogere; in zeer hoge mate; ouder; oudere; reuze
robusto breed; fors; uit de kluiten gewassen dapper; ferm; flink; fors; forse; fysiek sterk; grofgebouwd; heldhaftig; heroïsch; intens; intensief; kloek; krachtig; massief; met een krachtige uitwerking; moedig; onverschrokken; potig; robuust; sterk; stevig; stoer; stout; stoutmoedig; struis; zwaar; zwaargebouwd
vasto breed; breedgeschouderd; fors; uit de kluiten gewassen aanmerkelijk; aanzienlijk; beduidend; behoorlijk; enorm; flink; fors; groot; groots; grootschalig; grootscheeps; heel erg; in details; in zeer hoge mate; reuze; uitgewerkt; uitvoerig; veelomvattend
vigoroso breed; fors; uit de kluiten gewassen bezet; daadkrachtig; dapper; doortastend; drastisch; druk; drukbezet; dynamisch; energiek; ferm; fiks; flink; fors; fysiek sterk; groot; intens; intensief; krachtdadig; krachtig; massief; met een krachtige uitwerking; moedig; moreel sterk; potig; robuust; sterk; stevig; struis; zwaar; zwaargebouwd

Related Words for "breed":


Synonyms for "breed":


Antonyms for "breed":


Related Definitions for "breed":

  1. met veel ruimte van zijkant naar zijkant1
    • deze straat is breed1

Wiktionary Translations for breed:

breed
adjective
  1. van grote afmeting in de zijdelingse richting

Cross Translation:
FromToVia
breed ancho; amplio; ancha; amplia wide — having a large physical extent from side to side
breed amplio; abundante; vasto; ancho ample — Qui dépasser en largeur et en longueur la mesure ordinaire.
breed ancho; amplio large — Qualifie un corps considérer dans l’extension qu’il a d’un de ses côtés à l’autre, lorsqu'on parle de sa plus petite longueur, par opposition à long.