Dutch

Detailed Translations for gesteldheid from Dutch to Spanish

gesteldheid:

gesteldheid [de ~ (v)] nom

  1. de gesteldheid (toestand; staat; positie)
  2. de gesteldheid (hoedanigheid; kwaliteit)
    la calidad

Translation Matrix for gesteldheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
calidad gesteldheid; hoedanigheid; kwaliteit aard; eigenschap; geaardheid; gemoed; hoedanigheid; inborst; inslag; karakter; kwaliteit; mentaliteit; natuur; ziel
condición en que se halla alguien o algo gesteldheid; positie; staat; toestand
estado gesteldheid; positie; staat; toestand beding; bepaling; beperking; beschikbaarheid; betalingsstatus; conditie; criterium; eis; goedkeuringsstatus; heisa; kriterium; land; natie; omstandigheden; omstandigheid; online status; rijk; situatie; staat; status; toestand; voorwaarde
estado de ánimo gesteldheid; positie; staat; toestand bui; geesteshouding; geestestoestand; gemoedsaard; gemoedsgesteldheid; gemoedsstemming; gemoedstoestand; humeur; inborst; instelling; psychische toestand; stemming; temperament
humor gesteldheid; positie; staat; toestand bui; geestesgesteldheid; geestestoestand; geestigheid; gemoedsgesteldheid; gemoedsstemming; gemoedstoestand; gevoel; gril; humeur; humor; indruk; instelling; instinct; intuïtie; kuur; luim; nuk; psychische toestand; stemming
situación gesteldheid; positie; staat; toestand conditie; heisa; ligging; locatie; omstandigheden; omstandigheid; plaatsbepaling; situatie; staat; toestand

Related Words for "gesteldheid":


Wiktionary Translations for gesteldheid:


Cross Translation:
FromToVia
gesteldheid propiedad Beschaffenheitheutzutage sehr selten im Plural: Eigenart oder Zustand einer Sache
gesteldheid aptitud; capacidad; habilidad; disposición; predisposición; preparativos aptitude — Capacité, compétence, disposition naturelle à faire quelque chose.
gesteldheid estado état — Disposition de quelqu’un, de quelque chose

Related Translations for gesteldheid