Dutch

Detailed Translations for grendel from Dutch to Spanish

grendel:

grendel [de ~ (m)] nom

  1. de grendel (verschuifbare sluiting; tong; schuif; schoot)
    el cerrojo
  2. de grendel (sluitinrichting voor deur of raam; schuif; knip)
    el corte; el cerrojo; el pestillo; la tapa corrediza; el cierre; el pasador; el papirotazo

Translation Matrix for grendel:

NounRelated TranslationsOther Translations
cerrojo grendel; knip; schoot; schuif; sluitinrichting voor deur of raam; tong; verschuifbare sluiting draaggrendel; tapbout
cierre grendel; knip; schuif; sluitinrichting voor deur of raam afschaffing; afsluiting; beëindigen; citadel; deurknip; dichtmaken; fietsslot; het afsluiten; kasteel; knip; knipslot; knipsluiting; opheffen; opheffing; ridderkasteel; ridderslot; rits; ritssluiting; slot; sluiting
corte grendel; knip; schuif; sluitinrichting voor deur of raam binnenplaats; boterham; coiffure; coupe; coupure; cour; doorsnee; gesnij; gevolg; haarsnit; hof; hofhouding; inkeping; inkerving; insnijding; jaap; keep; kerf; knipje; ondereinde; onderkant; ontering; pasvorm; plak brood; salarisvermindering; snede; snee; sneetje; snijvlak; snijwond; snit; uitsnede; uitsnijding; verlaging; vierhoek
papirotazo grendel; knip; schuif; sluitinrichting voor deur of raam
pasador grendel; knip; schuif; sluitinrichting voor deur of raam borgmoer; ordeteken; spie
pestillo grendel; knip; schuif; sluitinrichting voor deur of raam beurs; deurklink; deurknip; draaggrendel; hendel; klink; knip; kruk; portefeuille; portemonnaie; portemonnee
tapa corrediza grendel; knip; schuif; sluitinrichting voor deur of raam

Related Words for "grendel":


Related Definitions for "grendel":

  1. schuif waarmee je de deur afsluit1
    • hij deed de grendel voor de deur1

Wiktionary Translations for grendel:


Cross Translation:
FromToVia
grendel cerrojo bolt — sliding pin or bar in a lock
grendel tranca bolt — bar to prevent a door from being forced open
grendel cerradura Schloss — Pl.2 Gewehrverschluss
grendel cerrojo; pestillo verrou — serrurerie|fr pièce de fer fixer sur une porte ou une fenêtre et qui, pousser dans une gâchette, empêcher d’ouvrir.

grendelen:

Conjugations for grendelen:

o.t.t.
  1. grendel
  2. grendelt
  3. grendelt
  4. grendelen
  5. grendelen
  6. grendelen
o.v.t.
  1. grendelde
  2. grendelde
  3. grendelde
  4. grendelden
  5. grendelden
  6. grendelden
v.t.t.
  1. heb gegrendeld
  2. hebt gegrendeld
  3. heeft gegrendeld
  4. hebben gegrendeld
  5. hebben gegrendeld
  6. hebben gegrendeld
v.v.t.
  1. had gegrendeld
  2. had gegrendeld
  3. had gegrendeld
  4. hadden gegrendeld
  5. hadden gegrendeld
  6. hadden gegrendeld
o.t.t.t.
  1. zal grendelen
  2. zult grendelen
  3. zal grendelen
  4. zullen grendelen
  5. zullen grendelen
  6. zullen grendelen
o.v.t.t.
  1. zou grendelen
  2. zou grendelen
  3. zou grendelen
  4. zouden grendelen
  5. zouden grendelen
  6. zouden grendelen
en verder
  1. is gegrendeld
  2. zijn gegrendeld
diversen
  1. grendel!
  2. grendelt!
  3. gegrendeld
  4. grendelend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for grendelen:

NounRelated TranslationsOther Translations
cerrar dichtdoen; dichtdraaien
VerbRelated TranslationsOther Translations
bloquear afgrendelen; afsluiten; borgen; dichtdoen; dichtmaken; grendelen; locken; op slot doen; op slot zetten; sluiten; vergrendelen barricaderen; belemmeren; beletten; blokkeren; knoppenraster; vergrendelen; verhinderen; versperren; voorkomen; voorkómen
cerrar afgrendelen; afsluiten; borgen; dichtdoen; dichtmaken; grendelen; locken; op slot doen; op slot zetten; sluiten; vergrendelen aantrekken; afbakenen; afpalen; afschotten; afschutten; afsluiten; afzetten; afzien van rechtsvervolging; begrenzen; beknotten; beperken; correct zijn; dicht maken; dichtbinden; dichtdoen; dichtdraaien; dichten; dichtgaan; dichtgooien; dichtmaken; dichtslaan; dichtstoppen; dichttrekken; dichtvallen; dichtwerpen; kloppen; omlijnen; schutten; seponeren; sluiten; stoppen; toebinden; toedoen; toedraaien; toemaken; toetrekken; toevallen; uitdoen; uitdraaien; zich sluiten
cerrar con llave afgrendelen; afsluiten; borgen; dichtdoen; dichtmaken; grendelen; locken; op slot doen; op slot zetten; sluiten; vergrendelen afsluiten; correct zijn; dichtdoen; dichtgaan; dichtmaken; dichtvallen; kloppen; sluiten; toedoen; toemaken; toetrekken; toevallen; zich sluiten
echar el cerrojo a afgrendelen; afsluiten; borgen; dichtdoen; dichtmaken; grendelen; locken; op slot doen; op slot zetten; sluiten; vergrendelen
echar llave afgrendelen; afsluiten; borgen; dichtdoen; dichtmaken; grendelen; locken; op slot doen; op slot zetten; sluiten; vergrendelen
poner bajo llave afgrendelen; afsluiten; borgen; dichtdoen; dichtmaken; grendelen; locken; op slot doen; op slot zetten; sluiten; vergrendelen

Related Words for "grendelen":


Wiktionary Translations for grendelen:


Cross Translation:
FromToVia
grendelen cerrar con cerrojo verriegeln — (transitiv) mit einem Riegel verschließen
grendelen correr el cerrojo verrouillerfermer au verrou.

External Machine Translations:

Related Translations for grendel