Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. guillotineren:


Dutch

Detailed Translations for guillotineren from Dutch to Spanish

guillotineren:

guillotineren verbe (guillotineer, guillotineert, guillotineerde, guillotineerden, geguillotineerd)

  1. guillotineren (met de guillotine onthoofden)

Conjugations for guillotineren:

o.t.t.
  1. guillotineer
  2. guillotineert
  3. guillotineert
  4. guillotineren
  5. guillotineren
  6. guillotineren
o.v.t.
  1. guillotineerde
  2. guillotineerde
  3. guillotineerde
  4. guillotineerden
  5. guillotineerden
  6. guillotineerden
v.t.t.
  1. heb geguillotineerd
  2. hebt geguillotineerd
  3. heeft geguillotineerd
  4. hebben geguillotineerd
  5. hebben geguillotineerd
  6. hebben geguillotineerd
v.v.t.
  1. had geguillotineerd
  2. had geguillotineerd
  3. had geguillotineerd
  4. hadden geguillotineerd
  5. hadden geguillotineerd
  6. hadden geguillotineerd
o.t.t.t.
  1. zal guillotineren
  2. zult guillotineren
  3. zal guillotineren
  4. zullen guillotineren
  5. zullen guillotineren
  6. zullen guillotineren
o.v.t.t.
  1. zou guillotineren
  2. zou guillotineren
  3. zou guillotineren
  4. zouden guillotineren
  5. zouden guillotineren
  6. zouden guillotineren
en verder
  1. ben geguillotineerd
  2. bent geguillotineerd
  3. is geguillotineerd
  4. zijn geguillotineerd
  5. zijn geguillotineerd
  6. zijn geguillotineerd
diversen
  1. guillotineer!
  2. guillotineert!
  3. geguillotineerd
  4. guillotinerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for guillotineren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
guillotinar guillotineren; met de guillotine onthoofden hoofd afhakken; kopje kleiner maken; onthoofden; van de kop ontdoen