Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. herscheppen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for herscheppen from Dutch to Spanish

herscheppen:

herscheppen verbe (herschep, herschept, herschiep, herschiepen, herschapen)

  1. herscheppen

Conjugations for herscheppen:

o.t.t.
  1. herschep
  2. herschept
  3. herschept
  4. herscheppen
  5. herscheppen
  6. herscheppen
o.v.t.
  1. herschiep
  2. herschiep
  3. herschiep
  4. herschiepen
  5. herschiepen
  6. herschiepen
v.t.t.
  1. heb herschapen
  2. hebt herschapen
  3. heeft herschapen
  4. hebben herschapen
  5. hebben herschapen
  6. hebben herschapen
v.v.t.
  1. had herschapen
  2. had herschapen
  3. had herschapen
  4. hadden herschapen
  5. hadden herschapen
  6. hadden herschapen
o.t.t.t.
  1. zal herscheppen
  2. zult herscheppen
  3. zal herscheppen
  4. zullen herscheppen
  5. zullen herscheppen
  6. zullen herscheppen
o.v.t.t.
  1. zou herscheppen
  2. zou herscheppen
  3. zou herscheppen
  4. zouden herscheppen
  5. zouden herscheppen
  6. zouden herscheppen
en verder
  1. is herschapen
  2. zijn herschapen
diversen
  1. herschep!
  2. herschept!
  3. herschapen
  4. herscheppend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for herscheppen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
regenerar herscheppen regenereren
rejuvenecer herscheppen regenereren
- omzetten; veranderen

Wiktionary Translations for herscheppen:

herscheppen
verb
  1. iets volledig nieuws ergens van maken