Summary


Dutch

Detailed Translations for honend from Dutch to Spanish

honend:


honen:

honen verbe (hoon, hoont, hoonde, hoonden, gehoond)

  1. honen (verguizen; beschimpen)

Conjugations for honen:

o.t.t.
  1. hoon
  2. hoont
  3. hoont
  4. honen
  5. honen
  6. honen
o.v.t.
  1. hoonde
  2. hoonde
  3. hoonde
  4. hoonden
  5. hoonden
  6. hoonden
v.t.t.
  1. heb gehoond
  2. hebt gehoond
  3. heeft gehoond
  4. hebben gehoond
  5. hebben gehoond
  6. hebben gehoond
v.v.t.
  1. had gehoond
  2. had gehoond
  3. had gehoond
  4. hadden gehoond
  5. hadden gehoond
  6. hadden gehoond
o.t.t.t.
  1. zal honen
  2. zult honen
  3. zal honen
  4. zullen honen
  5. zullen honen
  6. zullen honen
o.v.t.t.
  1. zou honen
  2. zou honen
  3. zou honen
  4. zouden honen
  5. zouden honen
  6. zouden honen
diversen
  1. hoon!
  2. hoont!
  3. gehoond
  4. honend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for honen:

NounRelated TranslationsOther Translations
vilipendiar verguizing
VerbRelated TranslationsOther Translations
blasfemar beschimpen; honen; verguizen belasteren; beledigen; blaffen; brullen; bulderen; daveren; foeteren; ketteren; kwaadspreken; lasteren; roddelen; schelden; schreeuwen; smaden; uitjouwen; uitmaken voor; uitschelden; vloeken
calumniar beschimpen; honen; verguizen belasteren; kuieren; kwaadspreken; lasteren; lopen; roddelen; rondslenteren; slenteren; smaden; wandelen
vilipendiar beschimpen; honen; verguizen

Related Words for "honen":


Wiktionary Translations for honen:


Cross Translation:
FromToVia
honen burlar; chasquear; mofarse; escarnecer bafouertraiter quelqu’un ou quelque chose avec une moquerie outrageante ou dédaigneux.