Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. omlaagdrukken:


Dutch

Detailed Translations for omlaagdrukken from Dutch to Spanish

omlaagdrukken:

omlaagdrukken verbe (druk omlaag, drukt omlaag, drukte omlaag, drukten omlaag, omlaaggedrukt)

  1. omlaagdrukken

Conjugations for omlaagdrukken:

o.t.t.
  1. druk omlaag
  2. drukt omlaag
  3. drukt omlaag
  4. drukken omlaag
  5. drukken omlaag
  6. drukken omlaag
o.v.t.
  1. drukte omlaag
  2. drukte omlaag
  3. drukte omlaag
  4. drukten omlaag
  5. drukten omlaag
  6. drukten omlaag
v.t.t.
  1. heb omlaaggedrukt
  2. hebt omlaaggedrukt
  3. heeft omlaaggedrukt
  4. hebben omlaaggedrukt
  5. hebben omlaaggedrukt
  6. hebben omlaaggedrukt
v.v.t.
  1. had omlaaggedrukt
  2. had omlaaggedrukt
  3. had omlaaggedrukt
  4. hadden omlaaggedrukt
  5. hadden omlaaggedrukt
  6. hadden omlaaggedrukt
o.t.t.t.
  1. zal omlaagdrukken
  2. zult omlaagdrukken
  3. zal omlaagdrukken
  4. zullen omlaagdrukken
  5. zullen omlaagdrukken
  6. zullen omlaagdrukken
o.v.t.t.
  1. zou omlaagdrukken
  2. zou omlaagdrukken
  3. zou omlaagdrukken
  4. zouden omlaagdrukken
  5. zouden omlaagdrukken
  6. zouden omlaagdrukken
en verder
  1. ben omlaaggedrukt
  2. bent omlaaggedrukt
  3. is omlaaggedrukt
  4. zijn omlaaggedrukt
  5. zijn omlaaggedrukt
  6. zijn omlaaggedrukt
diversen
  1. druk omlaag!
  2. drukt omlaag!
  3. omlaaggedrukt
  4. omlaagdrukkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for omlaagdrukken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
abatir omlaagdrukken doodschieten; doodvonnis uitvoeren; executeren; naar beneden duwen; neerhalen; neersabelen; neerschieten; om het leven brengen; ombrengen; omlaagduwen; overhoopschieten; vermoorden
deprimir omlaagdrukken deprimeren; naar beneden duwen; omlaagduwen
empujar hacia abajo omlaagdrukken afduwen; naar beneden duwen; omlaagduwen