Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. opstapeling:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for opstapeling from Dutch to Spanish

opstapeling:

opstapeling [de ~ (v)] nom

  1. de opstapeling (stapel; hoop; opeenstapeling)
    la cartera; la masa; la agrupación; el grupo; la acumulación; la colección; el cúmulo; el acumulamiento

Translation Matrix for opstapeling:

NounRelated TranslationsOther Translations
acumulación hoop; opeenstapeling; opstapeling; stapel accumulatie; bende; berg; cumulatie; cumuleren; groep; hoop; massa; opaarden; opeenhopen; opeenhoping; opeenstapeling; ophopen; ophoping; opstapelen; opstopping; samenscholing; samenvoeging; selectie; sortering; stapel; stapelen; stel; troep; verhogen; verstopping; verzameling
acumulamiento hoop; opeenstapeling; opstapeling; stapel accumulatie; hoop; opeenhoping; opeenstapeling; ophoping; stapel
agrupación hoop; opeenstapeling; opstapeling; stapel accumulatie; ambachtsgilde; bende; bond; broederschap; bundel; club; coöperatie; factie; genootschap; gezelschap; gilde; groep; groepering; hoop; orde; organisatie; samenscholing; samenwerkingsverband; societiet; sociëteit; soos; troep; unie; vakgenootschap; vereniging
cartera hoop; opeenstapeling; opstapeling; stapel aktenmap; aktetas; beurs; billfold; boekentas; knip; portefeuille; portemonnaie; portemonnee; portfolio; schooltas; tas
colección hoop; opeenstapeling; opstapeling; stapel accumulatie; allegaartje; assortiment; bundel; collectie; compilatie; gedichtenverzameling; groep van twee of meer; hoop; keur; keuze; koppel; massa; mengelmoes; opeenhoping; opeenstapeling; ophoping; samenraapsel; schifting; selectie; sortering; sortiment; span; stapel; stel; verzameling
cúmulo hoop; opeenstapeling; opstapeling; stapel berg; hoop; hoopje; kluit; stapeltje; stapelwolk
grupo hoop; opeenstapeling; opstapeling; stapel aantal personen bijeen; accumulatie; allegaartje; ambachtsgilde; bende; bond; club; cluster; distributiegroep; distributielijst; drom; factie; gezelschap; gilde; groep; groep van twee of meer; groepering; hoop; horde; koppel; kudde; massa; mengelmoes; meute; opeenhoping; ophoping; orde; organisatie; pool; puinhoop; puinzooi; rommel; rotzooi; samenraapsel; samenscholing; schaar; schare; selectie; societiet; sociëteit; soos; sortering; span; stel; troep; unie; vakgenootschap; vereniging; verzameling; volksgroepering; zooi; zootje; zuil
masa hoop; opeenstapeling; opstapeling; stapel aardig wat; accumulatie; achterbuurtvolk; allegaartje; berg; beslag; deeg; drom; hoop; horde; klootjesvolk; kluit; knoedels; kudde; massa; mengelmoes; menigte; mensenmassa; noedels; opeenhoping; opeenstapeling; ophoping; oploopje; pasta; samenkomst; samenraapsel; schaar; schare; stapel; toeloop; troep; volksmenigte

Wiktionary Translations for opstapeling:


Cross Translation:
FromToVia
opstapeling acumulación accumulation — act of accumulating, the state of being accumulated