Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. slap hangen:


Dutch

Detailed Translations for slap hangen from Dutch to Spanish

slap hangen:

slap hangen verbe (hang slap, hangt slap, hing slap, hingen slap, slap gehangen)

  1. slap hangen (er slap bijhangen)

Conjugations for slap hangen:

o.t.t.
  1. hang slap
  2. hangt slap
  3. hangt slap
  4. hangen slap
  5. hangen slap
  6. hangen slap
o.v.t.
  1. hing slap
  2. hing slap
  3. hing slap
  4. hingen slap
  5. hingen slap
  6. hingen slap
v.t.t.
  1. heb slap gehangen
  2. hebt slap gehangen
  3. heeft slap gehangen
  4. hebben slap gehangen
  5. hebben slap gehangen
  6. hebben slap gehangen
v.v.t.
  1. had slap gehangen
  2. had slap gehangen
  3. had slap gehangen
  4. hadden slap gehangen
  5. hadden slap gehangen
  6. hadden slap gehangen
o.t.t.t.
  1. zal slap hangen
  2. zult slap hangen
  3. zal slap hangen
  4. zullen slap hangen
  5. zullen slap hangen
  6. zullen slap hangen
o.v.t.t.
  1. zou slap hangen
  2. zou slap hangen
  3. zou slap hangen
  4. zouden slap hangen
  5. zouden slap hangen
  6. zouden slap hangen
en verder
  1. ben slap gehangen
  2. bent slap gehangen
  3. is slap gehangen
  4. zijn slap gehangen
  5. zijn slap gehangen
  6. zijn slap gehangen
diversen
  1. hang slap !
  2. hangt slap !
  3. slap gehangen
  4. slap hangend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for slap hangen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
farfullar er slap bijhangen; slap hangen aanmodderen; aanrommelen; aanrotzooien; bazelen; broddelen; frommelen; knoeien; lallen; mompelen; murmelen; murmeren; prutsen; raffelen; rommelen; rotzooien; scharrelen; wauwelen
quedar ancho er slap bijhangen; slap hangen
quedar holgado er slap bijhangen; slap hangen

Related Translations for slap hangen