Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. verbeelden:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for verbeelden from Dutch to Spanish

verbeelden:

verbeelden verbe (verbeeld, verbeeldt, verbeeldde, verbeeldden, verbeeld)

  1. verbeelden (verpersonificeren; uitbeelden; vertolken)

Conjugations for verbeelden:

o.t.t.
  1. verbeeld
  2. verbeeldt
  3. verbeeldt
  4. verbeelden
  5. verbeelden
  6. verbeelden
o.v.t.
  1. verbeeldde
  2. verbeeldde
  3. verbeeldde
  4. verbeeldden
  5. verbeeldden
  6. verbeeldden
v.t.t.
  1. heb verbeeld
  2. hebt verbeeld
  3. heeft verbeeld
  4. hebben verbeeld
  5. hebben verbeeld
  6. hebben verbeeld
v.v.t.
  1. had verbeeld
  2. had verbeeld
  3. had verbeeld
  4. hadden verbeeld
  5. hadden verbeeld
  6. hadden verbeeld
o.t.t.t.
  1. zal verbeelden
  2. zult verbeelden
  3. zal verbeelden
  4. zullen verbeelden
  5. zullen verbeelden
  6. zullen verbeelden
o.v.t.t.
  1. zou verbeelden
  2. zou verbeelden
  3. zou verbeelden
  4. zouden verbeelden
  5. zouden verbeelden
  6. zouden verbeelden
diversen
  1. verbeeld!
  2. verbeeldt!
  3. verbeeld
  4. verbeeldend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for verbeelden:

NounRelated TranslationsOther Translations
imitar naäperij
pintar afbeelden; afschilderen; beschilderen
VerbRelated TranslationsOther Translations
caracterizar uitbeelden; verbeelden; verpersonificeren; vertolken aftekenen; contrasteren; karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; paraferen; tekenen; typeren; uitdrukken; uitdrukking geven aan; uiten; uiting geven aan; vertolken; verwoorden
encarnar uitbeelden; verbeelden; verpersonificeren; vertolken belichamen; in een ander lichaam terugkeren; incarneren; verpersoonlijken
expresar uitbeelden; verbeelden; verpersonificeren; vertolken beschrijven; betonen; betuigen; formuleren; fraseren; inkleden; laten zien; overzetten; presenteren; spuien; tonen; translateren; uitdrukken; uitdrukking geven aan; uiten; uiting geven aan; verbaliseren; vertalen; vertolken; vertonen; verwoorden; weergeven
imitar uitbeelden; verbeelden; verpersonificeren; vertolken falsificeren; kopiëren; nabootsen; namaken; naäpen; vervalsen
interpretar uitbeelden; verbeelden; verpersonificeren; vertolken acteren; beschrijven; dramatiseren; duiden; interpreteren; nader verklaren; ontvouwen; overbrengen; overzetten; toelichten; tolken; toneelspelen; translateren; uiteenzetten; uitleggen; verduidelijken; vertalen; vertolken; weergeven
personificar uitbeelden; verbeelden; verpersonificeren; vertolken belichamen; in een ander lichaam terugkeren; incarneren; personificeren; personifiëren; verpersoonlijken
pintar uitbeelden; verbeelden; verpersonificeren; vertolken adviseren; afbeelden; afschilderen; beschilderen; doen lijken; iets aanraden; ingeven; lakken; portretteren; raden; schilderen; suggereren; tekenen; uitschilderen; verven
- voorstellen

Synonyms for "verbeelden":


Related Definitions for "verbeelden":

  1. het je voorstellen terwijl het niet waar is1
    • hij verbeeldt zich dat hij slim is1
  2. het erop laten lijken1
    • deze tekening moet een huis verbeelden1

Wiktionary Translations for verbeelden:


Cross Translation:
FromToVia
verbeelden imaginar imagine — (transitive) to form a mental image of something

External Machine Translations:

Related Translations for verbeelden