Dutch

Detailed Translations for verdringen from Dutch to Spanish

verdringen:

verdringen verbe (verdring, verdringt, verdrong, verdrongen, verdrongen)

  1. verdringen (iemand van de plaats dringen)
  2. verdringen (gevoelens verdringen)

Conjugations for verdringen:

o.t.t.
  1. verdring
  2. verdringt
  3. verdringt
  4. verdringen
  5. verdringen
  6. verdringen
o.v.t.
  1. verdrong
  2. verdrong
  3. verdrong
  4. verdrongen
  5. verdrongen
  6. verdrongen
v.t.t.
  1. heb verdrongen
  2. hebt verdrongen
  3. heeft verdrongen
  4. hebben verdrongen
  5. hebben verdrongen
  6. hebben verdrongen
v.v.t.
  1. had verdrongen
  2. had verdrongen
  3. had verdrongen
  4. hadden verdrongen
  5. hadden verdrongen
  6. hadden verdrongen
o.t.t.t.
  1. zal verdringen
  2. zult verdringen
  3. zal verdringen
  4. zullen verdringen
  5. zullen verdringen
  6. zullen verdringen
o.v.t.t.
  1. zou verdringen
  2. zou verdringen
  3. zou verdringen
  4. zouden verdringen
  5. zouden verdringen
  6. zouden verdringen
diversen
  1. verdring!
  2. verdringt!
  3. verdrongen
  4. verdringend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for verdringen:

NounRelated TranslationsOther Translations
arrancar aanslingeren; aanzwengelen; afdwingen; afrukken; losrukken; ontwringen
empujar aanstoten; porren
VerbRelated TranslationsOther Translations
arrancar iemand van de plaats dringen; verdringen aandrijven; aansporen; aanvangen; afbedelen; afrukken; afscheuren; aftrekken; beginnen; ergens uitscheuren; gebrek hebben; iem. afdwingen; in werking stellen; inluiden; loskrijgen; losmaken; losrukken; losscheuren; lostornen; lostrekken; neerhalen; neersabelen; nijpen; ontrukken; onttrekken; ontworstelen; ontwringen; open krijgen; openkrijgen; opkrikken; opstarten; opwekken; prikkelen; rooien; starten; stimuleren; tornen; uithalen; uitrukken; uitscheuren; uittrekken; van het lijf trekken; van start gaan; wegrukken; zich door te worstelen bevrijden
empujar iemand van de plaats dringen; verdringen aanduwen; aanjagen; aansporen; aanzetten; aanzwiepen; doordouwen; doorzetten; dringen; duwen; een por geven; indrukken; induwen; motiveren; opdrijven; opduwen; opendrukken; openstoten; opjutten; opzwepen; porren; sterk prikkelen; stoten; voortbewegen; voortdrijven; voortduwen; voortjagen; vooruitduwen; wegjagen
esconder iemand van de plaats dringen; verdringen achterhouden; bedekken; bemantelen; beschermen; bescherming bieden; beschutten; hullen; inhullen; maskeren; omhullen; verbergen; verduisteren; verheimelijken; verhullen; verschuilen; versluieren; verstoppen; wegsteken; wegstoppen
esconder sentimientos gevoelens verdringen; verdringen
ocultar sentimientos gevoelens verdringen; verdringen
reprimir iemand van de plaats dringen; verdringen bedaren; bedwingen; beheersen; beteugelen; de kop indrukken; eronder krijgen; in bedwang houden; intomen; klein krijgen; matigen; onderdrukken
suplantar iemand van de plaats dringen; verdringen onderkruipen
suprimir iemand van de plaats dringen; verdringen afschaffen; laten uitvallen; opdoeken; opheffen; te niet doen
suprimir sentimientos gevoelens verdringen; verdringen

Wiktionary Translations for verdringen:


Cross Translation:
FromToVia
verdringen codear; empujar jostle — move through by pushing and shoving
verdringen reemplazar; desplazar; relegar verdrängen — (transitiv): jemanden oder etwas von seiner Stelle drängen oder schieben
verdringen rehusar; devolver; refutar; rechazar; suspender; echar rejeter — Traductions à trier suivant le sens
verdringen rechazar; rehusar; suspender; devolver; desaprobar; reprobar; repeler; repujar repousser — Pousser en arrière, rejeter ; faire reculer quelqu’un, écarter de soi quelque chose.

External Machine Translations:

Related Translations for verdringen