Dutch

Detailed Translations for werkpauze from Dutch to Spanish

werkpauze:

werkpauze [de ~] nom

  1. de werkpauze

Translation Matrix for werkpauze:

NounRelated TranslationsOther Translations
descanso werkpauze onderbreking; pauze; respijt; rust; rustpauze; rustpoos; rustpunt; rusttijd; speelkwartier; tussenpoos; uitstel; verpozing
descanso de mediodía werkpauze lunch; lunchpauze; lunchtijd; middagpauze; schafttijd; schaftuur
entreacto werkpauze
hora de comer werkpauze etenstijd
hora del almuerzo werkpauze lunchtijd
intermedio werkpauze interim; intermezzo; onderbreking; pauze; rust; rustpauze; rustpoos; rusttijd; speelkwartier; tussenpoos; tussenspel; tussentijd; verpozing
interrupción werkpauze IRQ; breuk; gelazer; interrupt; interruptaanvraag; interruptie; narigheid; onderbreking; rust; rustpauze; rustpoos; rusttijd; speelkwartier; storing; trammelant; verbreking; verpozing
pausa werkpauze ledig uurtje; onderbreking; pauze; rust; rustpauze; rustpoos; rusttijd; speelkwartier; tussenpoos; verpozing
pausa de mediodía werkpauze lunchtijd
pausa del mediodía werkpauze lunch; lunchpauze; lunchtijd; middagpauze; schafttijd; schaftuur
pausa en el trabajo werkpauze lunchtijd; rust; rustpauze; rustpoos; rusttijd; verpozing
recreo werkpauze lunchtijd; ontspanning; recreatie; rust; rustpauze; rustpoos; rusttijd; speelduur; speelduur van cd; speelkwartier; speeluur; verpozing; verstrooiing; vrijetijdsbesteding
recreo del mediodía werkpauze lunchtijd
ModifierRelated TranslationsOther Translations
intermedio intermediair; tussenliggend

Related Words for "werkpauze":

  • werkpauzes