Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. beschikbaar maken:


Dutch

Detailed Translations for beschikbaar maken from Dutch to French

beschikbaar maken:

beschikbaar maken verbe (maak beschikbaar, maakt beschikbaar, maakte beschikbaar, maakten beschikbaar, beschikbaar gemaakt)

  1. beschikbaar maken
  2. beschikbaar maken
    exposer
    • exposer verbe (expose, exposes, exposons, exposez, )
  3. beschikbaar maken
    attacher
    • attacher verbe (attache, attaches, attachons, attachez, )

Conjugations for beschikbaar maken:

o.t.t.
  1. maak beschikbaar
  2. maakt beschikbaar
  3. maakt beschikbaar
  4. maken beschikbaar
  5. maken beschikbaar
  6. maken beschikbaar
o.v.t.
  1. maakte beschikbaar
  2. maakte beschikbaar
  3. maakte beschikbaar
  4. maakten beschikbaar
  5. maakten beschikbaar
  6. maakten beschikbaar
v.t.t.
  1. heb beschikbaar gemaakt
  2. hebt beschikbaar gemaakt
  3. heeft beschikbaar gemaakt
  4. hebben beschikbaar gemaakt
  5. hebben beschikbaar gemaakt
  6. hebben beschikbaar gemaakt
v.v.t.
  1. had beschikbaar gemaakt
  2. had beschikbaar gemaakt
  3. had beschikbaar gemaakt
  4. hadden beschikbaar gemaakt
  5. hadden beschikbaar gemaakt
  6. hadden beschikbaar gemaakt
o.t.t.t.
  1. zal beschikbaar maken
  2. zult beschikbaar maken
  3. zal beschikbaar maken
  4. zullen beschikbaar maken
  5. zullen beschikbaar maken
  6. zullen beschikbaar maken
o.v.t.t.
  1. zou beschikbaar maken
  2. zou beschikbaar maken
  3. zou beschikbaar maken
  4. zouden beschikbaar maken
  5. zouden beschikbaar maken
  6. zouden beschikbaar maken
diversen
  1. maak beschikbaar!
  2. maakt beschikbaar!
  3. beschikbaar gemaakt
  4. beschikbaar makend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for beschikbaar maken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
attacher beschikbaar maken aan een touw vastleggen; aan elkaar bevestigen; aan elkaar binden; aan elkaar hangen; aan elkaar kleven; aan elkaar knopen; aanbakken; aaneenbinden; aaneenplakken; aangespen; aanhaken; aanhechten; aankoppelen; afbinden; afsnoeren; bevestigen; binden; boekbinden; dichtbinden; dichtgespen; dichtrijgen; dichtsnoeren; ergens aan bevestigen; hechten; iets vastkleven; inbinden; kleven; klitten; knevelen; knopen; koeken; koppelen; lijmen; om het lijf binden; ombinden; omwinden; opbinden; opplakken; plakken; rijgen; samenbinden; samenknopen; samenkoppelen; snoeren; strikken; toebinden; toegespen; vastbinden; vastgespen; vasthaken; vasthechten; vastknopen; vastkoppelen; vastleggen; vastlijmen; vastmaken; vastplakken; vastsjorren; vastzetten; verbinden; verzekeren
exposer beschikbaar maken aanbieden; accentueren; belichten; blootleggen; etaleren; exposeren; laten zien; offreren; onthullen; ontmaskeren; ontsluiten; opendoen; openen; openmaken; ophelderen; opklaren; presenteren; tentoonstellen; toelichten; tonen; uitstallen; verduidelijken; verhelderen; verklaren; vertonen; voor ogen brengen; voorleggen
rendre disponible beschikbaar maken beschikbaar stellen

External Machine Translations:

Related Translations for beschikbaar maken