Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. contrasteren:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for contrasteren from Dutch to French

contrasteren:

contrasteren verbe

  1. contrasteren (aftekenen)
    contraster; marquer
    • contraster verbe (contraste, contrastes, contrastons, contrastez, )
    • marquer verbe (marque, marques, marquons, marquez, )

Translation Matrix for contrasteren:

NounRelated TranslationsOther Translations
marquer aanstrepen
VerbRelated TranslationsOther Translations
contraster aftekenen; contrasteren afsteken; afvaren; eruit springen; in het oog lopen; opvallen; uitspringen; uitsteken; wegvaren
marquer aftekenen; contrasteren aankruisen; aanstippen; aanstrepen; aantippen; afbakenen; afpalen; afvinken; afzetten; begrenzen; bevestigen; branden; brandmerken; ergens aan bevestigen; inbranden; karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; keurmerken; markeren; merken; omlijnen; stempel drukken op; taggen; tippen; typeren; van stigma's voorzien; vastmaken; vastzetten; vinken

Wiktionary Translations for contrasteren:

contrasteren
verb
  1. een tegenstelling vormen