Dutch

Detailed Translations for een fusie aangaan from Dutch to French

een fusie aangaan:

een fusie aangaan verbe

  1. een fusie aangaan (samengaan; fuseren)
    fusionner; joindre; correspondre à; confluer; aller ensemble; aller de pair; réunir; convenir à; concorder; s'accorder à
    • fusionner verbe (fusionne, fusionnes, fusionnons, fusionnez, )
    • joindre verbe (joins, joint, joignons, joignez, )
    • confluer verbe (conflue, conflues, confluons, confluez, )
    • réunir verbe (réunis, réunit, réunissons, réunissez, )
    • convenir à verbe
    • concorder verbe (concorde, concordes, concordons, concordez, )

Translation Matrix for een fusie aangaan:

NounRelated TranslationsOther Translations
joindre aanlassen
VerbRelated TranslationsOther Translations
aller de pair een fusie aangaan; fuseren; samengaan bijeen horen; samenhoren
aller ensemble een fusie aangaan; fuseren; samengaan bijeen horen; bijpassen; passen; samenhoren
concorder een fusie aangaan; fuseren; samengaan congruent zijn; corresponderen; evenaren; kloppen; kloppen met; overeenkomen; overeenkomen met; overeenstemmen; overeenstemmen met; samenlopen; samenvallen; stroken; stroken met
confluer een fusie aangaan; fuseren; samengaan fuseren; ineensmelten; samensmelten; samenstromen; samenvloeien; versmelten
convenir à een fusie aangaan; fuseren; samengaan conveniëren; evenaren
correspondre à een fusie aangaan; fuseren; samengaan corresponderen; evenaren; overeenkomen; overeenkomstig zijn; overeenstemmen; stroken
fusionner een fusie aangaan; fuseren; samengaan fuseren; ineensmelten; samensmelten; samenvoegen; versmelten
joindre een fusie aangaan; fuseren; samengaan aaneenlassen; aaneenschakelen; afspreken; bij elkaar leggen; bijdoen; bijeen voegen; bijsluiten; bijvoegen; binden; boeien; bundelen; combineren; doorverbinden; elkaar ontmoeten; elkaar zien; erbij doen; erbij optellen; erbij tellen; erbij voegen; fuseren; ineensmelten; ketenen; kluisteren; koppelen; lassen; meegeven; meesturen; meezenden; paren; samenbundelen; samenkomen; samenkoppelen; samensmelten; samenvoegen; toevoegen; treffen; verbinden; versmelten; voegen
réunir een fusie aangaan; fuseren; samengaan afspreken; bij elkaar brengen; bijeen krijgen; bijeen voegen; bijeenbrengen; bijeenkrijgen; combineren; concentreren; een combinatie maken; elkaar ontmoeten; elkaar zien; fuseren; herenigen; ineensmelten; samenbrengen; samenkomen; samensmelten; samenvoegen; treffen; verenigen; versmelten; verzamelen; weer bijeenbrengen
s'accorder à een fusie aangaan; fuseren; samengaan evenaren
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
fusionner samenvoegen

External Machine Translations:

Related Translations for een fusie aangaan