Summary


Dutch

Detailed Translations for iets aanstoken from Dutch to French

iets aanstoken:

iets aanstoken verbe

  1. iets aanstoken
    alimenter; exciter; attiser; aviver; entrainer à; inciter à; pousser à; exciter à
    • alimenter verbe (alimente, alimentes, alimentons, alimentez, )
    • exciter verbe (excite, excites, excitons, excitez, )
    • attiser verbe (attise, attises, attisons, attisez, )
    • aviver verbe (avive, avives, avivons, avivez, )
    • entrainer à verbe
    • inciter à verbe
    • pousser à verbe
    • exciter à verbe

Translation Matrix for iets aanstoken:

NounRelated TranslationsOther Translations
exciter aanmoedigen; aanvuren; stimuleren; toejuichen
VerbRelated TranslationsOther Translations
alimenter iets aanstoken eten geven; spijzigen; te eten geven; voeden; voederen; voedsel geven; voeren
attiser iets aanstoken aanblazen; aanjagen; aanmoedigen; aansporen; aanstoken; aanvuren; aanwakkeren; aanzetten; aanzetten tot; agiteren; animeren; bemoedigen; bezielen; doen opvlammen; iemand motiveren; in beroering brengen; instigeren; omroeren; opjutten; oppoken; opporren; oprakelen; opstoken; poken; porren; prikkelen; provoceren; roeren; stimuleren; stoken; ter sprake brengen; toejuichen; toemoedigen; wakker schudden
aviver iets aanstoken aanblazen; aanmoedigen; aanstoken; aanvuren; aanwakkeren; activeren; bemoedigen; motiveren; opleven; oppoken; opporren; opstoken; opwekken; poken; reanimeren; stimuleren; stoken; toemoedigen; tot leven wekken; verlevendigen
entrainer à iets aanstoken
exciter iets aanstoken aanblazen; aanjagen; aanmoedigen; aansporen; aanstoken; aanvuren; aanwakkeren; aanzetten; aanzetten tot; animeren; bemoedigen; bezielen; instigeren; motiveren; opfokken; ophitsen; opjutten; oppoken; opporren; opruien; opstoken; opvrijen; opwekken; opwinden; poken; porren; prikkelen; provoceren; stimuleren; stoken; toejuichen; toemoedigen
exciter à iets aanstoken aanblazen; aanmoedigen; aanstoken; aanvuren; aanwakkeren; bemoedigen; oppoken; opstoken; poken; stimuleren; stoken; toemoedigen
inciter à iets aanstoken aanblazen; aandoen; aanjagen; aanleiding geven tot; aanrichten; aansporen; aanstichten; aanstoken; aanwakkeren; aanzetten; aanzetten tot; animeren; instigeren; motiveren; ontlokken; ophitsen; opjutten; oppoken; opstoken; poken; porren; provoceren; stimuleren; stoken; teweegbrengen; uitdagen; uitlokken; veroorzaken
pousser à iets aanstoken noodzaken tot

External Machine Translations:

Related Translations for iets aanstoken