Dutch

Detailed Translations for in elkaar rammen from Dutch to French

in elkaar rammen:

in elkaar rammen verbe (ram in elkaar, ramt in elkaar, ramde in elkaar, ramden in elkaar, in elkaar geramd)

  1. in elkaar rammen (afrossen; in elkaar timmeren; aframmelen; 'n aframmeling geven)
    rosser; donner une raclée à; flanquer une rossée à; donner une rossée à

Conjugations for in elkaar rammen:

o.t.t.
  1. ram in elkaar
  2. ramt in elkaar
  3. ramt in elkaar
  4. rammen in elkaar
  5. rammen in elkaar
  6. rammen in elkaar
o.v.t.
  1. ramde in elkaar
  2. ramde in elkaar
  3. ramde in elkaar
  4. ramden in elkaar
  5. ramden in elkaar
  6. ramden in elkaar
v.t.t.
  1. heb in elkaar geramd
  2. hebt in elkaar geramd
  3. heeft in elkaar geramd
  4. hebben in elkaar geramd
  5. hebben in elkaar geramd
  6. hebben in elkaar geramd
v.v.t.
  1. had in elkaar geramd
  2. had in elkaar geramd
  3. had in elkaar geramd
  4. hadden in elkaar geramd
  5. hadden in elkaar geramd
  6. hadden in elkaar geramd
o.t.t.t.
  1. zal in elkaar rammen
  2. zult in elkaar rammen
  3. zal in elkaar rammen
  4. zullen in elkaar rammen
  5. zullen in elkaar rammen
  6. zullen in elkaar rammen
o.v.t.t.
  1. zou in elkaar rammen
  2. zou in elkaar rammen
  3. zou in elkaar rammen
  4. zouden in elkaar rammen
  5. zouden in elkaar rammen
  6. zouden in elkaar rammen
en verder
  1. ben in elkaar geramd
  2. bent in elkaar geramd
  3. is in elkaar geramd
  4. zijn in elkaar geramd
  5. zijn in elkaar geramd
  6. zijn in elkaar geramd
diversen
  1. ram in elkaar!
  2. ramt in elkaar!
  3. in elkaar geramd
  4. in elkaar rammend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for in elkaar rammen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
donner une raclée à 'n aframmeling geven; aframmelen; afrossen; in elkaar rammen; in elkaar timmeren afdrogen; aframmelen; afranselen; afrossen; aftuigen; drogen; droogmaken; in elkaar timmeren; toetakelen
donner une rossée à 'n aframmeling geven; aframmelen; afrossen; in elkaar rammen; in elkaar timmeren
flanquer une rossée à 'n aframmeling geven; aframmelen; afrossen; in elkaar rammen; in elkaar timmeren
rosser 'n aframmeling geven; aframmelen; afrossen; in elkaar rammen; in elkaar timmeren afdrogen; aframmelen; afranselen; afrossen; aftuigen; drogen; droogmaken; in elkaar timmeren; ranselen; toetakelen

Related Translations for in elkaar rammen