Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. ontstoppen:


Dutch

Detailed Translations for ontstoppen from Dutch to French

ontstoppen:

ontstoppen verbe (ontstop, ontstopt, ontstopte, ontstopten, ontstopt)

  1. ontstoppen
    déboucher
    • déboucher verbe (débouche, débouches, débouchons, débouchez, )

Conjugations for ontstoppen:

o.t.t.
  1. ontstop
  2. ontstopt
  3. ontstopt
  4. ontstoppen
  5. ontstoppen
  6. ontstoppen
o.v.t.
  1. ontstopte
  2. ontstopte
  3. ontstopte
  4. ontstopten
  5. ontstopten
  6. ontstopten
v.t.t.
  1. heb ontstopt
  2. hebt ontstopt
  3. heeft ontstopt
  4. hebben ontstopt
  5. hebben ontstopt
  6. hebben ontstopt
v.v.t.
  1. had ontstopt
  2. had ontstopt
  3. had ontstopt
  4. hadden ontstopt
  5. hadden ontstopt
  6. hadden ontstopt
o.t.t.t.
  1. zal ontstoppen
  2. zult ontstoppen
  3. zal ontstoppen
  4. zullen ontstoppen
  5. zullen ontstoppen
  6. zullen ontstoppen
o.v.t.t.
  1. zou ontstoppen
  2. zou ontstoppen
  3. zou ontstoppen
  4. zouden ontstoppen
  5. zouden ontstoppen
  6. zouden ontstoppen
en verder
  1. ben ontstopt
  2. bent ontstopt
  3. is ontstopt
  4. zijn ontstopt
  5. zijn ontstopt
  6. zijn ontstopt
diversen
  1. ontstop!
  2. ontstopt!
  3. ontstopt
  4. ontstoppend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for ontstoppen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
déboucher ontstoppen ontkurken; ontsluiten; opendraaien; openen; opentrekken