Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. prop:
  2. proppen:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for prop from Dutch to French

prop:

prop [de ~] nom

  1. de prop (bloedprop)
    le caillot

Translation Matrix for prop:

NounRelated TranslationsOther Translations
caillot bloedprop; prop kledder; klodder; klont; klonter; kwak; lik

Related Words for "prop":


Wiktionary Translations for prop:

prop
noun
  1. Traductions à trier suivant le sens
  2. corps rond en tous sens, généralement plein. — usage Se dit surtout des objets dont les dimensions leur permettent d’être tenus en main.

prop form of proppen:

proppen verbe (prop, propt, propte, propten, gepropt)

  1. proppen (ineen duwen)
    rembourrer; bourrer; empailler; tasser
    • rembourrer verbe (rembourre, rembourres, rembourrons, rembourrez, )
    • bourrer verbe (bourre, bourres, bourrons, bourrez, )
    • empailler verbe (empaille, empailles, empaillons, empaillez, )
    • tasser verbe (tasse, tasses, tassons, tassez, )

Conjugations for proppen:

o.t.t.
  1. prop
  2. propt
  3. propt
  4. proppen
  5. proppen
  6. proppen
o.v.t.
  1. propte
  2. propte
  3. propte
  4. propten
  5. propten
  6. propten
v.t.t.
  1. heb gepropt
  2. hebt gepropt
  3. heeft gepropt
  4. hebben gepropt
  5. hebben gepropt
  6. hebben gepropt
v.v.t.
  1. had gepropt
  2. had gepropt
  3. had gepropt
  4. hadden gepropt
  5. hadden gepropt
  6. hadden gepropt
o.t.t.t.
  1. zal proppen
  2. zult proppen
  3. zal proppen
  4. zullen proppen
  5. zullen proppen
  6. zullen proppen
o.v.t.t.
  1. zou proppen
  2. zou proppen
  3. zou proppen
  4. zouden proppen
  5. zouden proppen
  6. zouden proppen
diversen
  1. prop!
  2. propt!
  3. gepropt
  4. proppend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for proppen:

NounRelated TranslationsOther Translations
tasser aanplempen
VerbRelated TranslationsOther Translations
bourrer ineen duwen; proppen farceren; opvullen; voleten; volmaken; volplempen; volpompen; volproppen; volschenken; volschransen; volstoppen; volstorten; volvreten; vullen
empailler ineen duwen; proppen stoelenmatten
rembourrer ineen duwen; proppen binnenproppen; inproppen
tasser ineen duwen; proppen aandrukken; vastdrukken

Related Words for "proppen":


Related Definitions for "proppen":

  1. er grote hoeveelheden in duwen1
    • hij propte de boterham in één keer in zijn mond1