Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. rondkomen:


Dutch

Detailed Translations for rondkomen from Dutch to French

rondkomen:

rondkomen verbe (kom rond, komt rond, kwam rond, kwamen rond, rondgekomen)

  1. rondkomen (zich kunnen bedruipen; uitkomen)

Conjugations for rondkomen:

o.t.t.
  1. kom rond
  2. komt rond
  3. komt rond
  4. komen rond
  5. komen rond
  6. komen rond
o.v.t.
  1. kwam rond
  2. kwam rond
  3. kwam rond
  4. kwamen rond
  5. kwamen rond
  6. kwamen rond
v.t.t.
  1. ben rondgekomen
  2. bent rondgekomen
  3. is rondgekomen
  4. zijn rondgekomen
  5. zijn rondgekomen
  6. zijn rondgekomen
v.v.t.
  1. was rondgekomen
  2. was rondgekomen
  3. was rondgekomen
  4. waren rondgekomen
  5. waren rondgekomen
  6. waren rondgekomen
o.t.t.t.
  1. zal rondkomen
  2. zult rondkomen
  3. zal rondkomen
  4. zullen rondkomen
  5. zullen rondkomen
  6. zullen rondkomen
o.v.t.t.
  1. zou rondkomen
  2. zou rondkomen
  3. zou rondkomen
  4. zouden rondkomen
  5. zouden rondkomen
  6. zouden rondkomen
diversen
  1. kom rond!
  2. komt rond!
  3. rondgekomen
  4. rondkomend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for rondkomen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
boucler son budget rondkomen; uitkomen; zich kunnen bedruipen
s'en sortir rondkomen; uitkomen; zich kunnen bedruipen behelpen
s'en tirer rondkomen; uitkomen; zich kunnen bedruipen behelpen; erdoorheen slaan