Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. signeren:


Dutch

Detailed Translations for signeren from Dutch to French

signeren:

signeren verbe (signeer, signeert, signeerde, signeerden, gesigneerd)

  1. signeren (ondertekenen; tekenen)
    signer
    • signer verbe (signe, signes, signons, signez, )

Conjugations for signeren:

o.t.t.
  1. signeer
  2. signeert
  3. signeert
  4. signeren
  5. signeren
  6. signeren
o.v.t.
  1. signeerde
  2. signeerde
  3. signeerde
  4. signeerden
  5. signeerden
  6. signeerden
v.t.t.
  1. heb gesigneerd
  2. hebt gesigneerd
  3. heeft gesigneerd
  4. hebben gesigneerd
  5. hebben gesigneerd
  6. hebben gesigneerd
v.v.t.
  1. had gesigneerd
  2. had gesigneerd
  3. had gesigneerd
  4. hadden gesigneerd
  5. hadden gesigneerd
  6. hadden gesigneerd
o.t.t.t.
  1. zal signeren
  2. zult signeren
  3. zal signeren
  4. zullen signeren
  5. zullen signeren
  6. zullen signeren
o.v.t.t.
  1. zou signeren
  2. zou signeren
  3. zou signeren
  4. zouden signeren
  5. zouden signeren
  6. zouden signeren
en verder
  1. ben gesigneerd
  2. bent gesigneerd
  3. is gesigneerd
  4. zijn gesigneerd
  5. zijn gesigneerd
  6. zijn gesigneerd
diversen
  1. signeer!
  2. signeert!
  3. gesigneerd
  4. signerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for signeren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
signer ondertekenen; signeren; tekenen contracteren; ondertekenen; paraferen; vastleggen