Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. tegemoetzien:


Dutch

Detailed Translations for tegemoetzien from Dutch to French

tegemoetzien:

tegemoetzien verbe (zie tegemoet, ziet tegemoet, zag tegemoet, zagen tegemoet, tegemoet gezien)

  1. tegemoetzien (verwachten; uitkijken naar; vooruitzien)
    espérer; compter sur; s'attendre à
    • espérer verbe (espère, espères, espérons, espérez, )
    • compter sur verbe

Conjugations for tegemoetzien:

o.t.t.
  1. zie tegemoet
  2. ziet tegemoet
  3. ziet tegemoet
  4. zien tegemoet
  5. zien tegemoet
  6. zien tegemoet
o.v.t.
  1. zag tegemoet
  2. zag tegemoet
  3. zag tegemoet
  4. zagen tegemoet
  5. zagen tegemoet
  6. zagen tegemoet
v.t.t.
  1. heb tegemoet gezien
  2. hebt tegemoet gezien
  3. heeft tegemoet gezien
  4. hebben tegemoet gezien
  5. hebben tegemoet gezien
  6. hebben tegemoet gezien
v.v.t.
  1. had tegemoet gezien
  2. had tegemoet gezien
  3. had tegemoet gezien
  4. hadden tegemoet gezien
  5. hadden tegemoet gezien
  6. hadden tegemoet gezien
o.t.t.t.
  1. zal tegemoetzien
  2. zult tegemoetzien
  3. zal tegemoetzien
  4. zullen tegemoetzien
  5. zullen tegemoetzien
  6. zullen tegemoetzien
o.v.t.t.
  1. zou tegemoetzien
  2. zou tegemoetzien
  3. zou tegemoetzien
  4. zouden tegemoetzien
  5. zouden tegemoetzien
  6. zouden tegemoetzien
en verder
  1. ben tegemoet gezien
  2. bent tegemoet gezien
  3. is tegemoet gezien
  4. zijn tegemoet gezien
  5. zijn tegemoet gezien
  6. zijn tegemoet gezien
diversen
  1. zie tegemoet!
  2. ziet tegemoet!
  3. tegemoet gezien
  4. tegemoet ziend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for tegemoetzien:

VerbRelated TranslationsOther Translations
compter sur tegemoetzien; uitkijken naar; verwachten; vooruitzien
espérer tegemoetzien; uitkijken naar; verwachten; vooruitzien hopen; spinzen; van hoop vervuld zijn; verlangen
s'attendre à tegemoetzien; uitkijken naar; verwachten; vooruitzien bedacht zijn op