Dutch

Detailed Translations for toegankelijk maken from Dutch to French

toegankelijk maken:

toegankelijk maken verbe

  1. toegankelijk maken (vrijgeven; openstellen; openen)
    ouvrir; révéler; publier; déverrouiller; frayer; rendre accessible; dénouer; rendre public; déboutonner
    • ouvrir verbe (ouvre, ouvres, ouvrons, ouvrez, )
    • révéler verbe (révèle, révèles, révélons, révélez, )
    • publier verbe (publie, publies, publions, publiez, )
    • déverrouiller verbe (déverrouille, déverrouilles, déverrouillons, déverrouillez, )
    • frayer verbe (fraye, frayes, frayons, frayez, )
    • dénouer verbe (dénoue, dénoues, dénouons, dénouez, )
    • déboutonner verbe (déboutonne, déboutonnes, déboutonnons, déboutonnez, )

Translation Matrix for toegankelijk maken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
déboutonner openen; openstellen; toegankelijk maken; vrijgeven detacheren; loshaken; losknopen; nullificeren; ondervangen; ontknopen; ontsluiten; opendoen; openen; openmaken; opheffen; teniet doen; tewerkstellen; uitzenden; verijdelen; vernietigen
dénouer openen; openstellen; toegankelijk maken; vrijgeven detacheren; loshaken; losknopen; loskrijgen; losmaken; lostornen; loswerken; nullificeren; ondervangen; ontknopen; ontraadselen; ontrafelen; ontsluiten; ontwarren; opendoen; openen; openmaken; opheffen; oplossen; scheiden; teniet doen; tornen; uit de war halen; uit elkaar halen; uithalen; uitpluizen; uitrafelen; uittrekken; uitvezelen; uitzoeken; verijdelen; vernietigen
déverrouiller openen; openstellen; toegankelijk maken; vrijgeven ontgrendelen; ontsluiten; opendraaien; openen
frayer openen; openstellen; toegankelijk maken; vrijgeven
ouvrir openen; openstellen; toegankelijk maken; vrijgeven aanbreken; aankaarten; aanknopen; aansnijden; aanvangen; beginnen; detacheren; doorprikken; een begin nemen; een weg vrijmaken; entameren; gesprek aanknopen; inleiden; losgaan; losknopen; loskrijgen; losmaken; loswerken; ontgrendelen; ontknopen; ontplooien; ontsluiten; openbreken; opendoen; opendraaien; opendrukken; openen; opengaan; openleggen; openmaken; openprikken; openslaan; opensteken; opentrekken; opwerpen; scheiden; starten; te berde brengen; ter sprake brengen; uiteenvouwen; van start gaan; zich een weg banen
publier openen; openstellen; toegankelijk maken; vrijgeven afkondigen; aflezen; afroepen; bekend maken; bekendmaken; informeren; inlichten; lanceren; op de hoogte brengen; op de markt brengen; openbaar maken; openbaren; oplezen; posten; publiceren; tippen; uitbrengen; uitgeven; van iets in kennis stellen; verwittigen; waarschuwen
rendre accessible openen; openstellen; toegankelijk maken; vrijgeven
rendre public openen; openstellen; toegankelijk maken; vrijgeven openbaren; publiceren; uitbrengen
révéler openen; openstellen; toegankelijk maken; vrijgeven bloot leggen; exposeren; laten gaan; loslaten; niet vasthouden; ontsluieren; reveleren; tentoonstellen; tonen; vertonen; voor ogen brengen

External Machine Translations:

Related Translations for toegankelijk maken