Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. uitspoken:


Dutch

Detailed Translations for uitspoken from Dutch to French

uitspoken:

uitspoken verbe

  1. uitspoken (uithalen)
    ficher; manigancer; fabriquer
    • ficher verbe (fiche, fiches, fichons, fichez, )
    • manigancer verbe
    • fabriquer verbe (fabrique, fabriques, fabriquons, fabriquez, )

Translation Matrix for uitspoken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
fabriquer uithalen; uitspoken fabriceren; in het leven roepen; maken; produceren; scheppen; uitdenken; uitdokteren; uitkienen; uitknobbelen; vervaardigen; voortbrengen; zich voltrekken
ficher uithalen; uitspoken arrangeren; ficheren; groeperen; indelen; naar beneden gooien; neergooien; op de grond gooien; ordenen; systematiseren
manigancer uithalen; uitspoken
- uithalen

Synonyms for "uitspoken":


Related Definitions for "uitspoken":

  1. doen wat niet mag1
    • wat heeft die stoute jongen nu weer uitgespookt?1