Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. uitspuiten:


Dutch

Detailed Translations for uitspuiten from Dutch to French

uitspuiten:

uitspuiten verbe

  1. uitspuiten (spuiten)
    faire gicler; éjaculer
    • faire gicler verbe
    • éjaculer verbe (éjacule, éjacules, éjaculons, éjaculez, )

Translation Matrix for uitspuiten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
faire gicler spuiten; uitspuiten
éjaculer spuiten; uitspuiten ejaculeren; klaarkomen