Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. voortwoekeren:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for voortwoekeren from Dutch to French

voortwoekeren:

voortwoekeren verbe (woeker voort, woekert voort, woekerde voort, woekerden voort, voortgewoekerd)

  1. voortwoekeren (zich verder verspreiden)

Conjugations for voortwoekeren:

o.t.t.
  1. woeker voort
  2. woekert voort
  3. woekert voort
  4. woekeren voort
  5. woekeren voort
  6. woekeren voort
o.v.t.
  1. woekerde voort
  2. woekerde voort
  3. woekerde voort
  4. woekerden voort
  5. woekerden voort
  6. woekerden voort
v.t.t.
  1. heb voortgewoekerd
  2. hebt voortgewoekerd
  3. heeft voortgewoekerd
  4. hebben voortgewoekerd
  5. hebben voortgewoekerd
  6. hebben voortgewoekerd
v.v.t.
  1. had voortgewoekerd
  2. had voortgewoekerd
  3. had voortgewoekerd
  4. hadden voortgewoekerd
  5. hadden voortgewoekerd
  6. hadden voortgewoekerd
o.t.t.t.
  1. zal voortwoekeren
  2. zult voortwoekeren
  3. zal voortwoekeren
  4. zullen voortwoekeren
  5. zullen voortwoekeren
  6. zullen voortwoekeren
o.v.t.t.
  1. zou voortwoekeren
  2. zou voortwoekeren
  3. zou voortwoekeren
  4. zouden voortwoekeren
  5. zouden voortwoekeren
  6. zouden voortwoekeren
diversen
  1. woeker voort!
  2. woekert voort!
  3. voortgewoekerd
  4. voortwoekerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for voortwoekeren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
se propager voortwoekeren; zich verder verspreiden
se répandre voortwoekeren; zich verder verspreiden heersen; heersen van griep; uitwaaieren; uitzwermen; verspreiden; verspreiden van ziekte; waaieren; zich verspreiden

Wiktionary Translations for voortwoekeren: