Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. witwassen:
  2. Wiktionary:
    • witwassen → blanchiment d'argent


Dutch

Detailed Translations for witwassen from Dutch to French

witwassen:

witwassen verbe (was wit, wast wit, waste wit, wasten wit, wit gewassen)

  1. witwassen
    blanchir
    • blanchir verbe (blanchis, blanchit, blanchissons, blanchissez, )

Conjugations for witwassen:

o.t.t.
  1. was wit
  2. wast wit
  3. wast wit
  4. wassen wit
  5. wassen wit
  6. wassen wit
o.v.t.
  1. waste wit
  2. waste wit
  3. waste wit
  4. wasten wit
  5. wasten wit
  6. wasten wit
v.t.t.
  1. heb wit gewassen
  2. hebt wit gewassen
  3. heeft wit gewassen
  4. hebben wit gewassen
  5. hebben wit gewassen
  6. hebben wit gewassen
v.v.t.
  1. had wit gewassen
  2. had wit gewassen
  3. had wit gewassen
  4. hadden wit gewassen
  5. hadden wit gewassen
  6. hadden wit gewassen
o.t.t.t.
  1. zal witwassen
  2. zult witwassen
  3. zal witwassen
  4. zullen witwassen
  5. zullen witwassen
  6. zullen witwassen
o.v.t.t.
  1. zou witwassen
  2. zou witwassen
  3. zou witwassen
  4. zouden witwassen
  5. zouden witwassen
  6. zouden witwassen
diversen
  1. was wit!
  2. wast wit!
  3. wit gewassen
  4. witwassend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for witwassen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
blanchir witwassen dechargeren; onschuldig verklaren; schoonwassen; uitwassen; vergrijzen; vrijpleiten; vrijspreken; wassen; wit worden; zuiveren

Wiktionary Translations for witwassen:


Cross Translation:
FromToVia
witwassen → blanchiment d'argent GeldwäscheEinschleusung illegaler Erlöse aus Straftaten (zum Beispiel aus Drogenhandel) in den legalen Finanz- und Wirtschaftskreislauf