Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. aan kracht inboeten:


Dutch

Detailed Translations for aan kracht inboeten from Dutch to Swedish

aan kracht inboeten:

aan kracht inboeten verbe (boet aan kracht in, boette aan kracht in, boetten aan kracht in, aan kracht ingeboet)

  1. aan kracht inboeten (verzwakken; uitputten; verslappen; zwakker worden; zwak worden)
    försvaga; vekna; förslappa; tappa kraft; mattas
    • försvaga verbe (försvager, försvagde, försvagt)
    • vekna verbe (veknar, veknade, veknat)
    • förslappa verbe (förslappar, förslappade, förslappat)
    • tappa kraft verbe (tappar kraft, tappade kraft, tappat kraft)
    • mattas verbe (mattaar, mattaade, mattat)

Conjugations for aan kracht inboeten:

o.t.t.
  1. boet aan kracht in
  2. boet aan kracht in
  3. boet aan kracht in
  4. boeten aan kracht in
  5. boeten aan kracht in
  6. boeten aan kracht in
o.v.t.
  1. boette aan kracht in
  2. boette aan kracht in
  3. boette aan kracht in
  4. boetten aan kracht in
  5. boetten aan kracht in
  6. boetten aan kracht in
v.t.t.
  1. heb aan kracht ingeboet
  2. hebt aan kracht ingeboet
  3. heeft aan kracht ingeboet
  4. hebben aan kracht ingeboet
  5. hebben aan kracht ingeboet
  6. hebben aan kracht ingeboet
v.v.t.
  1. had aan kracht ingeboet
  2. had aan kracht ingeboet
  3. had aan kracht ingeboet
  4. hadden aan kracht ingeboet
  5. hadden aan kracht ingeboet
  6. hadden aan kracht ingeboet
o.t.t.t.
  1. zal aan kracht inboeten
  2. zult aan kracht inboeten
  3. zal aan kracht inboeten
  4. zullen aan kracht inboeten
  5. zullen aan kracht inboeten
  6. zullen aan kracht inboeten
o.v.t.t.
  1. zou aan kracht inboeten
  2. zou aan kracht inboeten
  3. zou aan kracht inboeten
  4. zouden aan kracht inboeten
  5. zouden aan kracht inboeten
  6. zouden aan kracht inboeten
diversen
  1. boet aan kracht in!
  2. boet aan kracht in!
  3. aan kracht ingeboet
  4. aan kracht inboetende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for aan kracht inboeten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
förslappa aan kracht inboeten; uitputten; verslappen; verzwakken; zwak worden; zwakker worden
försvaga aan kracht inboeten; uitputten; verslappen; verzwakken; zwak worden; zwakker worden aftakelen; ontkrachten; ontzenuwen; verzwakken; weerleggen; wegglijden
mattas aan kracht inboeten; uitputten; verslappen; verzwakken; zwak worden; zwakker worden
tappa kraft aan kracht inboeten; uitputten; verslappen; verzwakken; zwak worden; zwakker worden
vekna aan kracht inboeten; uitputten; verslappen; verzwakken; zwak worden; zwakker worden doen smelten; verweken; week worden

Related Translations for aan kracht inboeten