Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. beïnvloeden:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for beïnvloeden from Dutch to Swedish

beïnvloeden:

beïnvloeden verbe (beïnvloed, beïnvloedt, beïnvloedde, beïnvloedden, beïnvloed)

  1. beïnvloeden (treffen; raken)
    påverka; influera
    • påverka verbe (påverkar, påverkade, påverkat)
    • influera verbe (influerar, influerade, influerat)
  2. beïnvloeden
    inflytande
    • inflytande verbe (inflyter, inflytte, inflytandet)

Conjugations for beïnvloeden:

o.t.t.
  1. beïnvloed
  2. beïnvloedt
  3. beïnvloedt
  4. beïnvloeden
  5. beïnvloeden
  6. beïnvloeden
o.v.t.
  1. beïnvloedde
  2. beïnvloedde
  3. beïnvloedde
  4. beïnvloedden
  5. beïnvloedden
  6. beïnvloedden
v.t.t.
  1. heb beïnvloed
  2. hebt beïnvloed
  3. heeft beïnvloed
  4. hebben beïnvloed
  5. hebben beïnvloed
  6. hebben beïnvloed
v.v.t.
  1. had beïnvloed
  2. had beïnvloed
  3. had beïnvloed
  4. hadden beïnvloed
  5. hadden beïnvloed
  6. hadden beïnvloed
o.t.t.t.
  1. zal beïnvloeden
  2. zult beïnvloeden
  3. zal beïnvloeden
  4. zullen beïnvloeden
  5. zullen beïnvloeden
  6. zullen beïnvloeden
o.v.t.t.
  1. zou beïnvloeden
  2. zou beïnvloeden
  3. zou beïnvloeden
  4. zouden beïnvloeden
  5. zouden beïnvloeden
  6. zouden beïnvloeden
diversen
  1. beïnvloed!
  2. beïnvloedt!
  3. beïnvloed
  4. beïnvloedend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for beïnvloeden:

NounRelated TranslationsOther Translations
inflytande beïnvloeding; invloed; inwerking; macht
VerbRelated TranslationsOther Translations
influera beïnvloeden; raken; treffen
inflytande beïnvloeden
påverka beïnvloeden; raken; treffen

Wiktionary Translations for beïnvloeden:


Cross Translation:
FromToVia
beïnvloeden påverka; influera affect — to influence or alter
beïnvloeden påverka influence — transitive: to exert an influence upon
beïnvloeden influera influerfaire impression sur une chose, exercer sur elle une action qui tendre à la modifier.