Dutch

Detailed Translations for behulpzaamheid from Dutch to Swedish

behulpzaamheid:


behulpzaam:


Translation Matrix for behulpzaam:

VerbRelated TranslationsOther Translations
tjänstvillig dienstig zijn
ModifierRelated TranslationsOther Translations
beredvilligt behulpzaam; bereidwillig; gedienstig; inschikkelijk genegen; goedwillig; welwillend
beskedlig aangenaam; aardig; attent; behulpzaam; goedaardig; goedhartig; hulpvaardig; plezierig; voorkomend; vriendelijk; zachtaardig bescheiden; gering; nietig; onaanzienlijk; onbetekenend
beskedligt aangenaam; aardig; attent; behulpzaam; goedaardig; goedhartig; hulpvaardig; plezierig; voorkomend; vriendelijk; zachtaardig bescheiden; gering; nietig; onaanzienlijk; onbetekenend
godsint aangenaam; aardig; attent; behulpzaam; goedaardig; goedhartig; hulpvaardig; plezierig; voorkomend; vriendelijk; zachtaardig
hjälpsam behulpzaam; bereidwillig; gedienstig; inschikkelijk
hjälpsamt behulpzaam; bereidwillig; gedienstig; inschikkelijk
hyggligt aangenaam; aardig; attent; behulpzaam; goedaardig; goedhartig; hulpvaardig; plezierig; voorkomend; vriendelijk; zachtaardig familiair; makkelijk in de omgang
tjänstvillig behulpzaam; bereidwillig; gedienstig; inschikkelijk dienstbaar; dienstwillig; willig
tjänstvilligt behulpzaam; bereidwillig; gedienstig; inschikkelijk bereidwillig; dienstbaar; dienstvaardig; dienstwillig; genegen; tegemoetkomend; toeschietelijk; welwillend; willig
välvillig aangenaam; aardig; attent; behulpzaam; goedaardig; goedhartig; hulpvaardig; plezierig; voorkomend; vriendelijk; zachtaardig aardig; amicaal; goedwillig; kameraadschappelijk; leuk; lief; sympathiek; vriendschappelijk; welwillend
välvilligt aangenaam; aardig; attent; behulpzaam; goedaardig; goedhartig; hulpvaardig; plezierig; voorkomend; vriendelijk; zachtaardig aardig; goedgunstig; goedwillig; leuk; lief; sympathiek; weldadig; welwillend
vänligt aangenaam; aardig; attent; behulpzaam; goedaardig; goedhartig; hulpvaardig; plezierig; voorkomend; vriendelijk; zachtaardig aimabel; attent; bekoorlijk; beminnelijk; bevriend; charmant; collegiaal; galant; gemoedelijk; genegenheid opwekkend; hartelijk; hoffelijk; innemend; jofel; joviaal; lief; minnelijk; minzaam; ridderlijk; voorkomend; vriendelijk; vriendelijke

Related Words for "behulpzaam":


Synonyms for "behulpzaam":


Related Definitions for "behulpzaam":

  1. wie een ander graag helpt1
    • mijn buurvrouw is erg behulpzaam1

External Machine Translations: