Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. bestaan uit:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for bestaan uit from Dutch to Swedish

bestaan uit:

bestaan uit verbe (besta uit, bestaat uit, bestond uit, bestonden uit, bestaan uit)

  1. bestaan uit
    bestå utav
    • bestå utav verbe (består utav, bestod utav, bestått utav)

Conjugations for bestaan uit:

o.t.t.
  1. besta uit
  2. bestaat uit
  3. bestaat uit
  4. bestaan uit
  5. bestaan uit
  6. bestaan uit
o.v.t.
  1. bestond uit
  2. bestond uit
  3. bestond uit
  4. bestonden uit
  5. bestonden uit
  6. bestonden uit
v.t.t.
  1. heb bestaan uit
  2. hebt bestaan uit
  3. heeft bestaan uit
  4. hebben bestaan uit
  5. hebben bestaan uit
  6. hebben bestaan uit
v.v.t.
  1. had bestaan uit
  2. had bestaan uit
  3. had bestaan uit
  4. hadden bestaan uit
  5. hadden bestaan uit
  6. hadden bestaan uit
o.t.t.t.
  1. zal bestaan uit
  2. zult bestaan uit
  3. zal bestaan uit
  4. zullen bestaan uit
  5. zullen bestaan uit
  6. zullen bestaan uit
o.v.t.t.
  1. zou bestaan uit
  2. zou bestaan uit
  3. zou bestaan uit
  4. zouden bestaan uit
  5. zouden bestaan uit
  6. zouden bestaan uit
diversen
  1. besta uit!
  2. bestaat uit!
  3. bestaan uit
  4. bestaand uit
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for bestaan uit:

VerbRelated TranslationsOther Translations
bestå utav bestaan uit

Wiktionary Translations for bestaan uit:


Cross Translation:
FromToVia
bestaan uit bestå bestehenbestehen aus, mit Dativ: ausschließlich enthalten
bestaan uit bestå; utgöras consisterconstituer par certains éléments ; comporter ; comprendre.

Related Translations for bestaan uit