Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. gesetteld zijn:


Dutch

Detailed Translations for gesetteld zijn from Dutch to Swedish

gesetteld zijn:

gesetteld zijn verbe

  1. gesetteld zijn
    slå sig ner
    • slå sig ner verbe (slår sig ner, slog sig ner, slagit sig ner)

Translation Matrix for gesetteld zijn:

VerbRelated TranslationsOther Translations
slå sig ner gesetteld zijn bezinken; effenen; egaliseren; genoegdoen; koloniseren; settelen; vereffenen; vestigen

Related Translations for gesetteld zijn