Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. iemand opbellen:


Dutch

Detailed Translations for iemand opbellen from Dutch to Swedish

iemand opbellen:

iemand opbellen verbe

  1. iemand opbellen (opbellen; bellen; telefoontje plegen)
    ringa; telefonera
    • ringa verbe (ringar, ringade, ringat)
    • telefonera verbe (telefonerar, telefonerade, telefonerat)

Translation Matrix for iemand opbellen:

NounRelated TranslationsOther Translations
ringa bellen; opbellen
VerbRelated TranslationsOther Translations
ringa bellen; iemand opbellen; opbellen; telefoontje plegen aanbellen; bellen; door de telefoon praten; kiezen; kletteren; klingelen; overgaan; rammelen; rinkelen; telefoneren; tingelen; tinkelen
telefonera bellen; iemand opbellen; opbellen; telefoontje plegen bellen; door de telefoon praten; telefoneren
OtherRelated TranslationsOther Translations
ringa draaiend kiezen; kiezen
ModifierRelated TranslationsOther Translations
ringa minuscuul; zeer klein

Related Translations for iemand opbellen