Dutch

Detailed Translations for innemend from Dutch to Swedish

innemend:


Translation Matrix for innemend:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
förbindlig charmant; genegenheid opwekkend; innemend; minzaam poeslief
förbindligt charmant; genegenheid opwekkend; innemend; minzaam bereidwillig; genoeglijk; poeslief; tegemoetkomend; toeschietelijk; welwillend
förekommande charmant; genegenheid opwekkend; innemend; minzaam bereidwillig; dienstvaardig; tegemoetkomend; toeschietelijk; welwillend
förekommandet charmant; genegenheid opwekkend; innemend; minzaam
tillgängligt charmant; genegenheid opwekkend; innemend; minzaam beschikbaar; beschikbare; disponibel; gezellig; in de handel; in de handel verkrijgbaar; onderhoudend; sociabel; te koop; vacant; verkrijgbaar
vänlig charmant; genegenheid opwekkend; innemend; minzaam amicaal; attent; bevriend; galant; gemoedelijk; hartelijk; hoffelijk; jofel; joviaal; kameraadschappelijk; minnelijk; ridderlijk; voorkomend; vriendelijk; vriendelijke; vriendschappelijk
vänligt charmant; genegenheid opwekkend; innemend; minzaam aangenaam; aardig; aimabel; attent; behulpzaam; bekoorlijk; beminnelijk; bevriend; charmant; collegiaal; galant; gemoedelijk; goedaardig; goedhartig; hartelijk; hoffelijk; hulpvaardig; jofel; joviaal; lief; minnelijk; plezierig; ridderlijk; voorkomend; vriendelijk; vriendelijke; zachtaardig
älskvärt charmant; genegenheid opwekkend; innemend; minzaam aanlokkelijk; aantrekkelijk; aanvallig; aimabel; attractief; bekoorlijk; beminnelijk; bevallig; charmant; gracieus; knap; lief; mooi; poeslief; sierlijk

Related Words for "innemend":


Wiktionary Translations for innemend:


Cross Translation:
FromToVia
innemend behagfull; söt; snäll; vänlig gentilagréable, charmant, mignon, aimable. Qui a une certaine grâce, un certain agrément délicat.
innemend behagfull mignon — Qui, dans son apparence menue, offre de la grâce et de la gentillesse
innemend behagfull ravissant — (figuré) Qui transporter d’admiration.
innemend anslående; sympatisk sympathique — Relatif à la sympathie.

innemen:

innemen verbe (neem in, neemt in, nam in, namen in, ingenomen)

  1. innemen (medicijn innemen)
    ta medicin
    • ta medicin verbe (tar medicin, tog medicin, tagit medicin)
  2. innemen (kleding inkorten)
    lägga upp kläder

Conjugations for innemen:

o.t.t.
  1. neem in
  2. neemt in
  3. neemt in
  4. nemen in
  5. nemen in
  6. nemen in
o.v.t.
  1. nam in
  2. nam in
  3. nam in
  4. namen in
  5. namen in
  6. namen in
v.t.t.
  1. ben ingenomen
  2. bent ingenomen
  3. is ingenomen
  4. zijn ingenomen
  5. zijn ingenomen
  6. zijn ingenomen
v.v.t.
  1. was ingenomen
  2. was ingenomen
  3. was ingenomen
  4. waren ingenomen
  5. waren ingenomen
  6. waren ingenomen
o.t.t.t.
  1. zal innemen
  2. zult innemen
  3. zal innemen
  4. zullen innemen
  5. zullen innemen
  6. zullen innemen
o.v.t.t.
  1. zou innemen
  2. zou innemen
  3. zou innemen
  4. zouden innemen
  5. zouden innemen
  6. zouden innemen
en verder
  1. heb ingenomen
  2. hebt ingenomen
  3. heeft ingenomen
  4. hebben ingenomen
  5. hebben ingenomen
  6. hebben ingenomen
diversen
  1. neem in!
  2. neemt in!
  3. ingenomen
  4. innemend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for innemen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
lägga upp kläder innemen; kleding inkorten
ta medicin innemen; medicijn innemen
- bezetten

Synonyms for "innemen":


Antonyms for "innemen":


Related Definitions for "innemen":

  1. een plaats in beslag nemen1
    • die koelkast neemt te veel plaats in1
  2. inslikken1
    • hij neemt zijn pillen elke dag in1
  3. nauwer maken1
    • je bent mager geworden, ik zal dat jasje innemen1
  4. veroveren1
    • de stad werd ingenomen door de Serviërs1