Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. inregelen:


Dutch

Detailed Translations for inregelen from Dutch to Swedish

inregelen:

inregelen [znw.] nom

  1. inregelen (afstemmen; regelen; instellen; afstellen)

Translation Matrix for inregelen:

NounRelated TranslationsOther Translations
ställa in afstellen; afstemmen; inregelen; instellen; regelen instelling op
VerbRelated TranslationsOther Translations
ställa in afstellen; afstemmen; nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; verijdelen; vernietigen