Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. kenschetsend:
  2. kenschetsen:


Dutch

Detailed Translations for kenschetsend from Dutch to Swedish

kenschetsend:

kenschetsend adj

  1. kenschetsend (typerend; tekenend)

Translation Matrix for kenschetsend:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
typiskt kenschetsend; tekenend; typerend definiërend; gewoon; normaal; omschrijvend

kenschetsend form of kenschetsen:

kenschetsen verbe (kenschets, kenschetst, kenschetste, kenschetsten, gekenschetst)

  1. kenschetsen (karakteriseren; kenmerken; typeren)
    definiera; beskriva; utmärka; karakterisera
    • definiera verbe (definierar, definierade, definierat)
    • beskriva verbe (beskriver, beskrev, beskrivit)
    • utmärka verbe (utmärkar, utmärkade, utmärkat)
    • karakterisera verbe (karakteriserar, karakteriserade, karakteriserat)
  2. kenschetsen (karakteriseren; kenmerken; tekenen; typeren)
    karakterisera; beteckna; känneteckna
    • karakterisera verbe (karakteriserar, karakteriserade, karakteriserat)
    • beteckna verbe (betecknar, betecknade, betecknat)
    • känneteckna verbe (kännetecknar, kännetecknade, kännetecknat)

Conjugations for kenschetsen:

o.t.t.
  1. kenschets
  2. kenschetst
  3. kenschetst
  4. kenschetsen
  5. kenschetsen
  6. kenschetsen
o.v.t.
  1. kenschetste
  2. kenschetste
  3. kenschetste
  4. kenschetsten
  5. kenschetsten
  6. kenschetsten
v.t.t.
  1. heb gekenschetst
  2. hebt gekenschetst
  3. heeft gekenschetst
  4. hebben gekenschetst
  5. hebben gekenschetst
  6. hebben gekenschetst
v.v.t.
  1. had gekenschetst
  2. had gekenschetst
  3. had gekenschetst
  4. hadden gekenschetst
  5. hadden gekenschetst
  6. hadden gekenschetst
o.t.t.t.
  1. zal kenschetsen
  2. zult kenschetsen
  3. zal kenschetsen
  4. zullen kenschetsen
  5. zullen kenschetsen
  6. zullen kenschetsen
o.v.t.t.
  1. zou kenschetsen
  2. zou kenschetsen
  3. zou kenschetsen
  4. zouden kenschetsen
  5. zouden kenschetsen
  6. zouden kenschetsen
en verder
  1. ben gekenschetst
  2. bent gekenschetst
  3. is gekenschetst
  4. zijn gekenschetst
  5. zijn gekenschetst
  6. zijn gekenschetst
diversen
  1. kenschets!
  2. kenschetst!
  3. gekenschetst
  4. kenschetsend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for kenschetsen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
beskriva karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; typeren afschilderen; beschrijven; mededelen; omschrijven; schetsen; uiteenzetten; verhalen; vertellen; weergeven; zeggen
beteckna karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; tekenen; typeren
definiera karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; typeren afbakenen; afpalen; afzetten; begrenzen; bepalen; definiëren; nader omschrijven; omlijnen; omschrijven; preciseren
karakterisera karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; tekenen; typeren
känneteckna karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; tekenen; typeren indexeren; van indexnummers voorzien
utmärka karakteriseren; kenmerken; kenschetsen; typeren

Related Words for "kenschetsen":