Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. leeghalen:


Dutch

Detailed Translations for leeghalen from Dutch to Swedish

leeghalen:

leeghalen verbe (haal leeg, haalt leeg, haalde leeg, haalden leeg, leeggehaald)

  1. leeghalen (uithalen; leegmaken; ledigen)
    tömma; rensa ut
    • tömma verbe (tömmer, tömmde, tömmt)
    • rensa ut verbe (rensar ut, rensade ut, rensat ut)
  2. leeghalen (ledigen; legen; leegmaken)
    tömma
    • tömma verbe (tömmer, tömmde, tömmt)
  3. leeghalen (plunderen; uitzuigen; uitknijpen; uitpersen)
    plundra; fisk; rensa; tömma; tömma på allt
    • plundra verbe (plundrar, plundrade, plundrat)
    • fisk verbe
    • rensa verbe (rensar, rensade, rensat)
    • tömma verbe (tömmer, tömmde, tömmt)
    • tömma på allt verbe (tömmer på allt, tömmde på allt, tömmt på allt)

Conjugations for leeghalen:

o.t.t.
  1. haal leeg
  2. haalt leeg
  3. haalt leeg
  4. halen leeg
  5. halen leeg
  6. halen leeg
o.v.t.
  1. haalde leeg
  2. haalde leeg
  3. haalde leeg
  4. haalden leeg
  5. haalden leeg
  6. haalden leeg
v.t.t.
  1. heb leeggehaald
  2. hebt leeggehaald
  3. heeft leeggehaald
  4. hebben leeggehaald
  5. hebben leeggehaald
  6. hebben leeggehaald
v.v.t.
  1. had leeggehaald
  2. had leeggehaald
  3. had leeggehaald
  4. hadden leeggehaald
  5. hadden leeggehaald
  6. hadden leeggehaald
o.t.t.t.
  1. zal leeghalen
  2. zult leeghalen
  3. zal leeghalen
  4. zullen leeghalen
  5. zullen leeghalen
  6. zullen leeghalen
o.v.t.t.
  1. zou leeghalen
  2. zou leeghalen
  3. zou leeghalen
  4. zouden leeghalen
  5. zouden leeghalen
  6. zouden leeghalen
en verder
  1. is leeggehaald
  2. zijn leeggehaald
diversen
  1. haal leeg!
  2. haalt leeg!
  3. leeggehaald
  4. leeghalend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for leeghalen:

NounRelated TranslationsOther Translations
fisk vis
rensa schoonmaakbeurt; wegruimen
VerbRelated TranslationsOther Translations
fisk leeghalen; plunderen; uitknijpen; uitpersen; uitzuigen
plundra leeghalen; plunderen; uitknijpen; uitpersen; uitzuigen beroven; leegplunderen; leegroven; leegstelen; plunderen; roven; uitplunderen
rensa leeghalen; plunderen; uitknijpen; uitpersen; uitzuigen bergen; in zedelijk opzicht zuiveren; klaren; kuisen; louteren; opruimen; opschonen; reinigen; verrekenen
rensa ut ledigen; leeghalen; leegmaken; uithalen uitplunderen; uitschudden
tömma ledigen; leeghalen; leegmaken; legen; plunderen; uithalen; uitknijpen; uitpersen; uitzuigen afscheiden; afvoeren; ledigen; leeggieten; leegmaken; leegpompen; leegstorten; lozen; uitgieten; uitnemen; uitplunderen; uitpompen; uitscheiden; uitschudden; uitstoten; uitwerpen
tömma på allt leeghalen; plunderen; uitknijpen; uitpersen; uitzuigen
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
rensa Opschonen