Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. negatief:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for negatief from Dutch to Swedish

negatief:

negatief [het ~] nom

  1. het negatief
    negativ

Translation Matrix for negatief:

NounRelated TranslationsOther Translations
avvisande afkeuring; afslaan; afwijzen; afwijzing; rejectie; terugwijzing; verwerping; verworpenheid; weigeren; weigering
klagande beklag; gebrom; gekanker; geklaag; gemekker; gemopper; jammerklacht; klacht indienen; smekeling; weeklacht
negativ negatief
nekande afslaan; afwijzen; loochening; ontkenning; ontzeggen; weigeren; weigering
ModifierRelated TranslationsOther Translations
avvisande negatief; ontkennend afwijzend; terugwijzend; verwerpen; weigerachtig
avvisandet negatief; ontkennend
klagande beklagend; negatief; zeurderig brommerig; jammerend; jeremiërend; klaaglijk; klagelijk; klagend; lamenterend; mopperig; rouwig; treurig; verdrietig; weeklagend
negativt negatief; ontkennend
negerandet negatief; ontkennend
nekande negatief; ontkennend verwaarloosbaar
nekandet negatief; ontkennend verwaarloosbaar

Related Words for "negatief":

  • negatiefs, negatieven

Antonyms for "negatief":


Related Definitions for "negatief":

  1. afkeurend of ontkennend1
    • ik kreeg een negatief antwoord op mijn vraag1
  2. kleiner dan nul1
    • -3 is een negatief getal1
  3. wie overal vervelende kritiek op heeft1
    • hij stelt zich altijd zo negatief op1

Wiktionary Translations for negatief:

negatief
adjective
  1. ontkennend, afwijzend

Cross Translation:
FromToVia
negatief negativ minus — negative
negatief negativ negative — not positive or neutral
negatief negativ negative — of electrical charge
negatief negativ negative — mathematics: less than zero