Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. omzeilen:


Dutch

Detailed Translations for omzeilen from Dutch to Swedish

omzeilen:

omzeilen verbe (omzeil, omzeilt, omzeilde, omzeilden, omzeild)

  1. omzeilen
    kasta om; kringgå
    • kasta om verbe (kastar om, kastade om, kastat om)
    • kringgå verbe (kringgår, kringgick, kringgått)

Conjugations for omzeilen:

o.t.t.
  1. omzeil
  2. omzeilt
  3. omzeilt
  4. omzeilen
  5. omzeilen
  6. omzeilen
o.v.t.
  1. omzeilde
  2. omzeilde
  3. omzeilde
  4. omzeilden
  5. omzeilden
  6. omzeilden
v.t.t.
  1. heb omzeild
  2. hebt omzeild
  3. heeft omzeild
  4. hebben omzeild
  5. hebben omzeild
  6. hebben omzeild
v.v.t.
  1. had omzeild
  2. had omzeild
  3. had omzeild
  4. hadden omzeild
  5. hadden omzeild
  6. hadden omzeild
o.t.t.t.
  1. zal omzeilen
  2. zult omzeilen
  3. zal omzeilen
  4. zullen omzeilen
  5. zullen omzeilen
  6. zullen omzeilen
o.v.t.t.
  1. zou omzeilen
  2. zou omzeilen
  3. zou omzeilen
  4. zouden omzeilen
  5. zouden omzeilen
  6. zouden omzeilen
diversen
  1. omzeil!
  2. omzeilt!
  3. omzeild
  4. omzeilend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for omzeilen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
kasta om omzeilen
kringgå omzeilen