Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. opdagen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for opdagen from Dutch to Swedish

opdagen:

opdagen verbe (daag op, daagt op, daagde op, daagden op, opgedaagd)

  1. opdagen (opkomen; verschijnen; opduiken)
    synas; komma fram
    • synas verbe (synar, synade, synat)
    • komma fram verbe (kommer fram, komm fram, kommit fram)

Conjugations for opdagen:

o.t.t.
  1. daag op
  2. daagt op
  3. daagt op
  4. dagen op
  5. dagen op
  6. dagen op
o.v.t.
  1. daagde op
  2. daagde op
  3. daagde op
  4. daagden op
  5. daagden op
  6. daagden op
v.t.t.
  1. ben opgedaagd
  2. bent opgedaagd
  3. is opgedaagd
  4. zijn opgedaagd
  5. zijn opgedaagd
  6. zijn opgedaagd
v.v.t.
  1. was opgedaagd
  2. was opgedaagd
  3. was opgedaagd
  4. waren opgedaagd
  5. waren opgedaagd
  6. waren opgedaagd
o.t.t.t.
  1. zal opdagen
  2. zult opdagen
  3. zal opdagen
  4. zullen opdagen
  5. zullen opdagen
  6. zullen opdagen
o.v.t.t.
  1. zou opdagen
  2. zou opdagen
  3. zou opdagen
  4. zouden opdagen
  5. zouden opdagen
  6. zouden opdagen
diversen
  1. daag op!
  2. daagt op!
  3. opgedaagd
  4. opdagend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for opdagen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
komma fram opdagen; opduiken; opkomen; verschijnen tevoorschijn komen; tevoorschijnkomen
synas opdagen; opduiken; opkomen; verschijnen de schijn van iets hebben; schijnen; zichtbaar worden

Wiktionary Translations for opdagen:


Cross Translation:
FromToVia
opdagen dyka upp turn out — to attend; show up