Summary


Dutch

Detailed Translations for slechter from Dutch to Swedish

slechter:

slechter adj

  1. slechter (erger)

Translation Matrix for slechter:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
värre erger; slechter beroerder; erger; moeilijker

Related Words for "slechter":


Wiktionary Translations for slechter:


Cross Translation:
FromToVia
slechter värre worse — comparative form of bad

slecht:


Translation Matrix for slecht:

NounRelated TranslationsOther Translations
fördärvad verwildering
VerbRelated TranslationsOther Translations
fördärva bederven; iets bederven; vergallen; verkankeren; verknoeien; verpesten
ruttna afrotten; bederven; in staat van ontbinding zijn; liggen rotten; ontbinden; rotten; vergaan; verrotten; verteren; wegrotten
OtherRelated TranslationsOther Translations
elak 7 boosaardig; slecht
ond boosaardig; slecht
skadlig boosaardig; slecht
ModifierRelated TranslationsOther Translations
dum gemeen; min; slecht; vals achterlijk; afgestompt; breinloos; dom; dwaas; geesteloos; gek; hersenloos; idioot; lullig; maf; onbenullig; onbezonnen; onnozel; onverstandig; onzinnig; stompzinnig; stupide; verstandeloos
dumt gemeen; min; slecht; vals achterlijk; afgestompt; breinloos; dom; dwaas; geesteloos; gek; hersenloos; idioot; lullig; maf; onbenullig; onbezonnen; onnozel; onverstandig; onzinnig; stom; stompzinnig; stupide; suf; verstandeloos
dålig arm; inferieur; minderwaardig; ondermaats; ondeugdelijk; slecht; tweederangs; zwak aan een ziekte lijdend; achterbaks; banaal; bekaaid; boosaardig; er bekaaid afkomen; geniepig; gluiperig; in het geniep; laag; malicieus; pover; schamel; snood; stiekem; verraderlijk; vuig; ziek
dåligt arm; gemeen; inferieur; min; minderwaardig; ondermaats; ondeugdelijk; slecht; tweederangs; vals; zwak aan een ziekte lijdend; achterbaks; banaal; bekaaid; boosaardig; er bekaaid afkomen; geniepig; gluiperig; in het geniep; laag; malicieus; pover; schamel; snood; stiekem; verraderlijk; vuig; ziek
elak gemeen; kwaadwillig; met slechte intentie; slecht; vals gemeen; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; liederlijk; onedel; onzedelijk; verdorven; verregaand zedenloos; vicieus
elakt gemeen; kwaadwillig; met slechte intentie; slecht; vals achterbaks; doortrapt; ellende; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; hatelijk; kwalijk; laag; laag-bij-de-grond; laaghartig; leep; liederlijk; listig; malheur; moeilijkheden; onedel; ongeluk; onheil; onspoed; onzedelijk; pech; ramp; rampspoed; slinks; sluw; snood; stekelig; stiekem; tegenslag; tegenspoed; terugslag; uitgekookt; verdorven; verregaand zedenloos; vicieus; vijandig
falsk gemeen; kwaadwillig; met slechte intentie; slecht; vals achterbaks; bedriegelijk; doortrapt; geaffecteerd; gefingeerd; gehaaid; gekunsteld; gemaakt; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gewrongen; gezocht; gluiperig; in het geniep; leep; leugenachtig; listig; nagemaakt; niet echt; ondergeschoven; onecht; onnatuurlijk; onwaar; onwelluidend; slinks; sluw; snood; stiekem; tweetongig; uitgekookt; vals
falskt gemeen; kwaadwillig; met slechte intentie; slecht; vals achterbaks; bedriegelijk; doorelkaar; doortrapt; geaffecteerd; gefingeerd; gehaaid; gekunsteld; gemaakt; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gewrongen; gezocht; gluiperig; in de war; in het geniep; leep; leugenachtig; listig; nagemaakt; niet echt; ondergeschoven; onecht; onheus; onnatuurlijk; onwaar; onwaarachtig; onwelluidend; slinks; sluw; snood; stiekem; ten onrechte; tweetongig; uitgekookt; vals; valselijk
fördärva bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot
fördärvad bedorven; gedegenereerd; ontaard; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot ontsierd; vicieus
lågt gemeen; kwaadwillig; met slechte intentie; slecht; vals bedrukt; donker; dubieus; duister; gedrukt; gemeen; glibberig; laag; laag-bij-de-grond; laaghangend; laaghartig; mismoedig; moedeloos; niet hoog; obscuur; onedel; onguur; terneergeslagen; verdacht
med onda avsikter gemeen; kwaadwillig; met slechte intentie; slecht; vals
ond gebelgd; gekwetst; misnoegd; verontwaardigd; verstoord
otrevlig gemeen; min; slecht; vals afstotend; hinderlijk; lastig; lelijk; lelijk uitziend; naar; onaangenaam; onaantrekkelijk; onbehaaglijk; ongelegen; ongezellig; onplezierig; onverkwikkelijk; storend
otrevligt gemeen; min; slecht; vals afstotend; hinderlijk; lastig; lelijk; lelijk uitziend; naar; onaangenaam; onaantrekkelijk; onaardig; ongelegen; onhartelijk; onhebbelijk; onplezierig; onverdraagzaam; onverkwikkelijk; onvriendelijk; onwelwillend; storend
rutten bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot
ruttet bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot
ruttna bedorven; rot; rottig; slecht; vergaan; verrot
skadlig aantastend; ellende; malheur; moeilijkheden; ongeluk; onheil; onspoed; pech; ramp; rampspoed; schade berokkenend; schadelijk; tegenslag; tegenspoed; terugslag
undermåligt arm; inferieur; minderwaardig; ondermaats; ondeugdelijk; slecht; tweederangs; zwak
urartad bedorven; gedegenereerd; ontaard; slecht verbasterd

Related Words for "slecht":


Antonyms for "slecht":


Related Definitions for "slecht":

  1. met een verkeerd effect1
    • gebakjes zijn slecht voor de lijn1
  2. moeilijk of bezwaarlijk1
    • ik kan hem slecht laten lopen1
  3. wat minder goed is dan gemiddeld1
    • hij heeft een slechte computer die bijna niets kan1

Wiktionary Translations for slecht:


Cross Translation:
FromToVia
slecht dålig bad — not good
slecht ond bad — evil, wicked
slecht elak; ond evil — intending to harm
slecht fel wrong — immoral
slecht fel wrong — improper
slecht an; dålig; ful; illa; ond; slätt; stygg mauvaisdéfavorable ; qui cause une impression défavorable.

External Machine Translations: